De Duitse Monnik Maarten Luther kwam in de zestiende eeuw in opstand tegen het rooms-katholicisme. De Paus en de andere hoge geestelijken leefden toen als koningen in hun paleizen. Hij vond dat zo’n luxe levensstijl niet het goede voorbeeld was van een eenvoudig christelijk leven.
Omdat hij opschreef wat hem niet beviel aan de kerk, werd hij door de kerk bestempeld als een ketter. Deze mensen werden in die tijd achtervolgd en op de brandstapel gelegd. De Paus had daarom geoordeeld dat al zijn boeken moesten worden vernietigd. Toch gebeurde dit niet; de verspreiding van zijn boeken maakten hem juist nog populairder.
Rijksdag
De Duitse Keizer Karel V maakte zich daar zorgen over. Hij vond dat iedereen in zijn rijk katholiek moest zijn, dus moest er wat gebeuren. Hij organiseerde een grote vergadering, waarvoor alle hertogen en koningen uit het Duitse Rijk werden door de keizer werden uitgenodigd. Dit noemden ze een Rijksdag.
Twijfel
Luther kreeg ook een uitnodiging. Hij moest komen uitleggen wat hij wilde bereiken met zijn boeken. Maar Luther vertrouwde het niet. Maar toen hem werd beloofd dat hij altijd als vrij man naar huis zou kunnen gaan, besloot hij toch te komen.
Ondervraging
Tijdens de vergadering van de Rijksdag werd Luther ondervraagd door doctor Eck. Hij vroeg hem het volgende: "Bekend gij, dat deze Latijnse en Duitse boeken door u geschreven zijn? Als gij hierop 'ja' antwoordt, zijt gij dan bereid toe te geven dat de inhoud van de boeken niet deugt? Luther bekende de boeken te hebben geschreven, maar hij bleef achter zijn stellingen en beweringen staan.
Bescherming
Hierna kon hij, zoals beloofd, als vrij man naar huis. Maar zijn landsheer, de hertog van Saksen, vertrouwde het toch niet. Hij was bang dat Luther misschien toch nog, op weg naar huis, door soldaten van de keizer gevangen genomen zou worden. Daarom bood hij Luther bescherming aan en liet hem op zijn kasteel wonen.
Vertaling van de bijbel
Luther woonde een half jaar op de Wartburg. In die tijd vertaalde hij het Nieuwe Testament (het deel van de bijbel dat over Jezus Christus gaat) uit het Grieks in het Duits. Voor het eerst was er een Duitse vertaling van de bijbel. Dit werk was belangrijk voor Luther. Hij wilde namelijk dat iedereen zelf in de bijbel kon lezen. Toen was dat nog voorbehouden aan de rijke mensen die Latijn konden lezen.
