In het zuiden van Ghana aan de Goudkust zijn mooie stranden en prachtige forten te vinden, waaronder die in het stadje Elmina. Veel mensen denken dat hier belangrijke mensen hebben gewoond die een mooi, groot onderkomen aan een lekker strand hadden. De waarheid is anders.
Het enorme kasteel wordt in 1482 gebouwd door de Portugezen. Eeuwen later verovert de Nederlander Michiel de Ruyter het fort. Hiermee wordt het een van de centra voor slavenhandel van de West-Indische Compagnie (WIC).
Slaven
Het fort Elmina wordt ruim tweehonderd jaar gebruikt als ‘opslag’ voor slaven. Deze werden doorverkocht aan de Nederlanders. Slavernij was geen nieuw fenomeen in Afrika. Al eeuwen werden krijgsgevangenen gebruikt en verkocht als slaven. Deze werden echter vele malen beter behandeld dan de Europeanen deden.
Onveranderd
De binnenplaats met de kantoren van de goud- en slavenkopers is al eeuwenlang onveranderd. De donkere cellen waarin de slaven opgesloten zaten, zijn nog precies zoals vroeger. Ook de “Gate of no return” is nog te zien. Slaven die door deze gang moesten, zouden het land nooit meer terug zien. Ze werden als goederen naar Europa verscheept. De gang komt uit bij de zee. Daar meerden de slavenschepen af om hun levende lading in te nemen. Wanneer de schepen vol waren, met soms wel zeshonderd slaven opeengepakt in het ruim, vertrokken ze.
Misbruik
Er wonen nog steeds veel licht gekleurde mensen aan de Goudkust. Dit komt omdat de Nederlandse mannen veel slavenvrouwen misbruikten. Als de vrouwen zwanger raakten, lieten ze de vrouwen gaan. In enkele gevallen droegen ze ook zorg voor hun kroost. Deze kinderen kregen zelfs de achternaam van de man mee. Vandaar dat er nog altijd mensen rondlopen met achternamen als Jansen en van Dijk.
Nederlandse begraafplaats
In Elmina is nog altijd een Nederlandse begraafplaats en een Nederlandse wijk te vinden. Op 6 maart 2007 vierde Ghana haar onafhankelijkheid: precies vijftig jaar ervoor werd het land en haar forten aan de inwoners teruggegeven door het Verenigd Koninkrijk.
