In zijn toespraak op 8 september 2011 ging staatssecretaris Zijlstra van OCW uitgebreid in op een aantal problemen dat in het hoger onderwijs bestaat. De inspectie van het onderwijs die toezicht houdt op de kwaliteit en de inrichting van het onderwijs op scholen, had forse kritiek geuit op een aantal hogescholen. En uit krantenberichten bleek dat er veel meer aan de hand was.
HBO
De berichten over het hbo waren niet alleen zorgwekkend, maar leidden er zelfs toe dat de waarde van de hbo-diploma’s ter discussie kwam te staan. Studenten hadden al jarenlang geklaagd over slecht onderwijs en gebrekkige studiebegeleiding; docenten klaagden over afnemende motivatie bij studenten, over het niveau van “steeds dommer wordende studenten” en examencommissies zagen zich in toenemende mate geconfronteerd met een groeiend aantal fraudegevallen, lees vormen van plagiaat en overdreven kopieerijver.
De staatssecretaris concludeerde dan ook: “Er was van alles aan de hand, en er is veel dat beter moet (...) in het hele hbo.” Het inspectieonderzoek naar alternatieve afstudeertrajecten heeft bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat we te maken hebben met problemen die over de volle breedte van het hbo spelen. De uitwassen die de afgelopen tijd aan het licht kwamen, onderstrepen dat de kwaliteitscultuur in delen van het hbo moet worden versterkt.
Universiteit
Uit the World University Rankings 2011-2012, die het Times Higher Educational Supplement (THES) heeft gepubliceerd blijkt dat Europa, en ook Nederland, nog steeds achterblijft op het gebied van hoger onderwijs bij de Verenigde Staten en een aantal Aziatische landen. De Universiteit van Utrecht is op plaats 68 de hoogst geplaatste Nederlandse universiteit, Wageningen en Leiden volgen dan op plaats 75 en 79. De THES heeft hierbij vooral gekeken naar het aantal wetenschappelijke publicaties van universiteitsmedewerkers en de mate waarin die door andere wetenschappers geciteerd worden. Hoe verhouden deze cijfers zich tot de doelstelling van de regering te willen gaan behoren tot de top van de kenniseconomieën?
Roer om in hoger onderwijs
Minister Verhagen verklaarde dan ook dat Nederland het aanwezige talent beter moet mobiliseren. Daarom gaat in het hoger onderwijs het roer om. De lat moet omhoog, zowel voor studenten als voor docenten. Dat betekent strengere selectie aan de poort, intensiever onderwijs en vaker afrekenen op prestaties.
De minister wil dat universiteiten en hogescholen zich verder specialiseren. ”Zo krijg je topopleidingen die zich internationaal onderscheiden. Waarom zou je in elke stad een opleiding rechten, psychologie en bedrijfskunde hebben?” Met nieuw talent en meer kennis wordt het groeivermogen van Nederland vergroot. Hiermee kan Nederland niet alleen profiteren van opkomende markten, maar ook bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Bijvoorbeeld: het ontwikkelen van een landbouw die straks 9 miljard mensen kan voeden en het bieden van moderne zorg aan een vergrijzende bevolking.
