Als je gaat werken sluit je een arbeidsovereenkomst met je werkgever. Dit betekent dat jij jouw tijd gebruikt om te werken voor het bedrijf en daar een bepaald bedrag voor terug krijgt: salaris.
In de arbeidsovereenkomst (het contract) staan de regels waar jij en je werkgever zich aan moeten houden, de hoogte van je salaris, de hoeveelheid werk per week en de einddatum van het contract.
Soorten contracten
Er zijn twee verschillende soorten contracten: een contract voor onbepaalde tijd (vast) en een contract voor bepaalde tijd (tijdelijk). Als je een vast contract hebt, dan kun je altijd bij de onderneming blijven werken. Met een tijdelijk contract werk je tot het contract afgelopen is. Je kunt ook werken als oproepkracht. Dan werk je alleen als je opgebeld wordt. Thuis werken is ook een optie. Werkzaamheden als drukwerk vouwen zijn prima thuis te doen.
Tijdelijke contracten
Tijdelijke contracten gelden vaak voor een jaar of een halfjaar. Daarna kan de werkgever besluiten om het contract te verlengen. Dit mag hij twee keer doen. Na het derde contract moet het bedrijf je dan een vast contract aanbieden. Dat staat in de Flex-wet. Deze wet is opgesteld om de werknemer te beschermen, zodat niet oneindig tijdelijke contracten gegeven kunnen worden. Veel bedrijven interpreteren deze wet anders: na drie tijdelijke contracten wordt je contract gewoon niet verlengd en moet je op zoek naar een andere werkgever.
Een tijdelijk contract wordt vaak gegeven tijdens vakantiewerk. In de supermarkt zul je vaak een nul-urencontract krijgen. Dit is een vast contract, maar zonder verplichte tijd die je moet werken. Zo kun je ondanks dat je een oproepkracht bent, toch profiteren van de CAO-afspraken.
CAO
Een collectieve arbeidsovereenkomst of een CAO is een verzameling afspraken die door een werknemersorganisatie als FNV of CNV is gemaakt met de werkgevers. Deze afspraken verschillen voor iedere branche en gelden voor elke arbeidsovereenkomst die getekend wordt. Je hoeft deze dus niet zelf met je werkgever te maken. In de CAO staan de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals de hoogte van het loon, de werktijden, de hoogte van het vakantiegeld en eventuele toeslagen als er overgewerkt moet worden. Heb je recht op een auto van de zaak, werkkleding, korting op een sportschool en cursussen? Ook dat staat in de CAO. Dit noem je de secundaire arbeidsvoorwaarden. Naast de CAO-afspraken kun je natuurlijk ook zelf nog afspraken maken met je werkgever.
Plichten
Na het tekenen van de arbeidsovereenkomst hebben beide partijen, werknemer en werkgever, plichten tegenover elkaar. De werknemer moet natuurlijk zijn werk goed doen en zich houden aan de gemaakte afspraken. De werkgever moet het loon op tijd betalen en een getuigschrift beschikbaar stellen als de werknemer ontslag neemt. In dat getuigschrift staat dat de werknemer zijn werk goed heeft gedaan tijdens de periode bij dat bedrijf.
