Kartelvorming

Bedrijven maken afspraken om meer winst te maken

Bedrijven willen graag winst maken. Om dit te bereiken kunnen ze proberen om zo veel mogelijk producten tegen een scherpe prijs te verkopen. Maar het kan ook anders: prijsafspraken maken met een concurrent. Dit noem je kartelvorming.

Door de verkoopprijs van een bepaald product af te spreken met directe concurrenten, weet je zeker dat je niet snel failliet zult gaan. Je kunt immers nooit teveel vragen en jezelf uit de markt prijzen. Helaas werkt dit niet zo. Kartelvorming is namelijk verboden in Nederland.

Vraag en aanbod
Nederland is een kapitalistisch land. Dit betekent dat de markt gestuurd wordt door het geheel van vraag en aanbod. Bedrijven bieden producten aan en de vraag ernaar bepaalt de prijs. Als bedrijven afspraken met elkaar maken, verdwijnt deze marktwerking en blijven prijzen kunstmatig hoog.

Monopolie of oligopolie
Als een bedrijf de enige is die een bepaald product of dienst aanbiedt, heeft dat bedrijf een monopoliepositie. Dit bedrijf heeft dan veel macht. Een aantal bedrijven samen kan ook een monopolie hebben. Dit doen ze door kartelafspraken te maken en zo de concurrentie de kop in te drukken. In de praktijk komt een monopolie niet veel voor. Een oligopolie wel. Hierbij zijn er zo weinig bedrijven die een dienst of product aanbieden, dat ze elkaars gedrag beïnvloeden. Verlaagt de een de prijzen, dan moet de ander wel meegaan om ervoor te zorgen dat de klanten niet weglopen.

Mededingingswet
In de Mededingingswet van 1 januari 2008 is vastgelegd dat kartelvorming verboden is. Om ervoor de zorgen dat bedrijven zich hieraan houden bestaat is er de NMA, de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Zij kunnen boetes uitdelen als er sprake is van kartelvorming.

Prijskartel
Er zijn verschillende kartels mogelijk. De bekendste is het prijskartel. Hierbij wordt afgesproken voor welke prijs de producten verkocht worden. Bedrijven kunnen met een prijskartel horizontale of verticale afspraken maken. Horizontale afspraken worden met directe concurrenten gemaakt. De leden verkopen dan niet beneden een vastgestelde prijs. Verticale afspraken worden met niet direct concurrerende bedrijven gemaakt. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld distributeurs.

Andere kartelafspraken

  • Conditie- of voorwaardenkartel: als afgesproken wordt welke leverings- en betalingsvoorwaarden de leden hanteren.
  • Productiekartel: ondernemingen spreken af welke producten gemaakt worden, zodat ieder bedrijf winst kan maken. Een bedrijf zegt bijvoorbeeld toe geen aardappelpuree te produceren, maar alleen gebakken aardappels. Het andere bedrijf maakt dan juist alleen aardappelpuree.
  • Contingenteringskartel: door af te spreken hoeveel er van iets geproduceerd mag worden, blijft de vraag en dus de prijs hoog. Denk maar aan de olie-afspraken van de OPEC.
  • Calculatiekartel: bedrijven spreken af om de kostprijs van een product op dezelfde manier te berekenen. Zo ontstaan ongeveer dezelfde prijzen, dus stopt de concurrentie.
  • Rayonkartel: ondernemingen spreken af om in een bepaald gebied niet met elkaar te concurreren.