Katie Melua, gebruikt het, Norah Jones ook en Jamie Cullum helemaal: invloeden uit de jazzmuziek. Wat jazz is, is moeilijk te omschrijven. Het is eigenlijk een mix van Afrikaanse slavensongs, blues, gospel, bigband, soul en urban.
Rond 1910 in New Orleans ontstond de echte jazz, een combinatie van ‘zwarte’ en ‘creoolse’ muziek. Hoewel jazz van oorsprong ‘zwarte’ muziek was, probeerde de blanke muzikant Nick La Rocca zich te laten gelden als de ‘uitvinder’ van jazz; zijn band gebruikte als eerste het woord jazz in een plaatopname.
Struikelblok
De zwarte bands waren hier behoorlijk kwaad over. Dit kwam omdat jazz teruggrijpt op slavenmuziek en gospel, wat zwarte muziekstromingen zijn. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Kijk maar naar de verschillende festivals (zoals North Sea Jazz), artiesten en albums. Jazz is mondiaal geworden en het neemt steeds meer in populariteit toe.
Swing en mainstream (1930 - 1940)
Swing en jazz zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Swing had namelijk een belangrijke invloed op het ontstaan van jazz. Mainstream had weer een belangrijke invloed op swing en werd later eigenlijk opgenomen in swing. Zo zie je dat alle stijlen met elkaar verbonden zijn. Mainstream is een verzamelnaam voor alle types jazz, die meestal gespeeld worden door big bands. Een bekende artiest en vertegenwoordiger van die stijl is Louis Armstrong.
Bebop (1940 - 1950)
Bij swing gaat het meer om samenspel. Bij bebop (later afgekort tot ‘bop’) gaat het om individu en improvisatie. Bij bebop is er veel afwisseling tussen de akkoorden en deze soort jazz is wat grilliger. Blues vormt ook een belangrijke stijl in die periode en bebop en blues hebben elkaar ook beïnvloed.
Cool jazz (1950 - 1955)
Cool jazz is min of meer ontstaan in New York en is grotendeels vertegenwoordigd door blanke muzikanten. De accenten van de muziek zijn op onverwachte momenten geplaatst waardoor deze stijl een rommelige, ongecontroleerde sound heeft. Emoties komen nauwelijks tot uiting in deze stijl.
Hardbop (1955 - 1960)
Hardbop is weer een zwarte jazzstroming. Deze ontstond in New York, Detroit en Philadelphia. Het is een opvolger van de bebop, maar heeft meer invloeden van gospel en blues. De muziek is eerlijk en direct en twee- of driestemmige muzieklijnen zijn belangrijke kenmerken.
Free jazz (1960 - 1970)
Free jazz nam afstand van de heersende opvattingen over de jazz. Mensen gingen experimenteren en improviseren. De stijl werd losser en kon minder snel onder een noemer geplaatst worden, vandaar ook de naam free jazz.
Fushion (1970 - 1980)
Fusion is de vermenging van jazz met andere soorten muziek zoals rock en soul. Gewone, oorspronkelijke jazz werd te moeilijk en was lastig te volgen. Melodielijnen waren moeilijk te ontdekken en het lag niet lekker in gehoor. Door de vermenging met andere stijlen kwam jazz een beetje op de achtergrond, maar jazzelementen waren soms hoorbaar in de meer populaire muzieksoorten. De echte jazz werd verwaarloosd. Pas rond ’85 kwam er weer een opleving doordat er een soort renaissance ontstond in de jazz: de nieuwe jazzgeneratie ging vroegere jazz bestuderen en vernieuwde deze.
Nu
Op dit moment zijn er veel verschillende vormen van jazz. Jazz wordt gecombineerd met latin, urban, hiphop, rock. Jazz wordt steeds populairder door muzikanten als Norah Jones, Jamie Cullum en Alicia Keys. Hierdoor wordt jazz toegankelijk voor het grote publiek, zonder dat de ‘roots’ verwaarloosd worden. Zo heeft Jamie Cullum op zijn cd Twentysomething een versie van Singin’ in the Rain en Makin’ Whoopy staan.
