De beelden van de Egyptenaren zien er eeuwenlang hetzelfde uit. Dat komt omdat kunstenaars elkaar een bepaalde techniek leerden, waarmee ze mensen konden afbeelden. Individualiteit leek niet belangrijk. Toch werden de beelden meegegeven aan de belangrijkste persoon in de Egyptische maatschappij: de farao. Ze vergezelden hem op zijn reis naar het volgende leven.
Beeldhouwkunst bij de Egyptenaren vinden we voornamelijk terug in en rondom de tempels en piramides. Deze beelden hadden verschillende functies. Zo diende het beeld van de sfinx voor de piramide als afschrikmiddel voor eventuele dieven. Kwamen de dieven toch binnen, dan vonden ze onder andere beelden van alle formaten en in verschillende steensoorten; een beeld kon in je hand passen of buitenproportie groot zijn.
Doden en goden
De beelden laten niet de levende mens zien, maar juist de dode. Ook werden er goden afgebeeld. De figuren hebben gemeen dat ze er statisch uitzien. De gezichten verraden geen emotie, de lichamen suggereren geen beweging. Zie afbeelding 2-8 en 2-9a. Ze lijken in rust te zijn. De beelden zijn opgebouwd uit eenvoudige vormen. De Egyptische beeldhouwers maken weinig gebruik van details. De 2 stellen op afbeelding 2-9a werden meegegeven aan de farao in zijn graf. Ze moesten hem vergezellen in zijn reis naar het volgende leven. De beelden op de afbeeldingen zijn gemaakt van steen, maar er werden evenveel beeldjes van hout, klei of edelmetaal gemaakt.
Rasters en schema's
Een andere vorm van beeldhouwkunst is reliëf. Op afbeelding 2-7 zie je een voorbeeld van reliëf aan de tempel van Karnak. De reliëfs vind je voornamelijk terug in de piramides, vaak in combinatie met schilderingen. Ze vertellen het levensverhaal van de farao. Als je de reliëfs goed bestudeert dan valt op dat alle mensfiguren er eigenlijk hetzelfde uitzien. Dat komt omdat eeuwenlang de Egyptische kunstenaars een bepaalde techniek gebruikten om een mens af te beelden. Eerst tekenden ze op de muur een groot raster bestaande uit vierkanten. Ieder lichaamsdeel was opgedeeld in zo’n vierkant. Bijvoorbeeld: De lengte van de voet is 1 vierkant, terwijl er voor het onderbeen 2 vierkanten nodig waren. Ze gebruikten dus een schema om iemand af te beelden.
De tempel van Aboe Simbel
Opvallend is dat de Egyptenaren niet streefden naar een zo realistisch mogelijk beeld, maar een zo herkenbaar mogelijk beeld. Dat hield in dat ze een hoofd van de zijkant afbeeldden, maar een oog van de voorkant. Ook het bovenlichaam zie je van de voorkant, maar het onderlichaam (inclusief billen) van de zijkant. Wij kennen de reliëfs in de kleur van de steensoort, maar oorspronkelijk waren de reliëfs beschilderd met heldere kleuren zoals blauw, geel en rood.
Op afbeelding 2-10 kun je de 4 beelden voor de tempel Aboe Simbel bewonderen. Ook hier kun je goed zien dat de Egyptische kunstenaars een schema gebruikten om hun beeldhouwwerk te maken. Alle 4 de beelden zien er nagenoeg hetzelfde uit. Ze staan naast de ingang van de tempel. Voor de tempel is een hof omgeven door een galerij aan zuilen. Op afbeelding 2-11 kun je 2 typisch Egyptische zuilen zien. Het kapiteel (de bovenkant) heeft de vorm van een plant. Het is de lotus- of papyrusbloem die groeit in Egypte.
