Kleding in de Barok en Rococo

Pruiken en versieringen

Lodewijk XIV

Lodewijk XIV

Wat kleding betreft lijkt de baroktijd op de renaissance. Er werd gebruik gemaakt van dure stoffen, kostbare sieraden, veel versieringen, borduursels en kant voor mannen en vrouwen. In de renaissance zagen we qua kleding een verschil in voorkeur per land. Ook in deze periode is er een opvallend verschil tussen de kleding per land; vooral wanneer we kijken naar de Nederlanden en Frankrijk.

Zoals het schilderij van Lodewijk XIV laat zien, was de Franse mode in de barok erg weelderig met veel sjieke stoffen en kleuren. In de Nederlanden verdwenen de stijve opvullingen en corsetten. De kleding werd losser en vrijer. Het dragen van kant werd mode en er werden schitterende kanten kragen ontworpen en gedragen door mannen en vrouwen. Ook vind je kant terug op manchetten, schoenen en laarzen.

Barokke kleding voor de vrouw

kleding barok en rococo

Afb. 8-14 en 8-15

De kleding van de vrouw was niet meer zo stijf en breed. Daarentegen werd het dus wel meer versierd met kant. De halsuitsnijding werd vaak bedekt met een halsdoekje. De basis vormde nog steeds een strak lijfje met een wijde rok. Het haar werd los gedragen met pijpenkrullen. Op het haar droeg de vrouw een klein kapje. Zie afbeelding 8-14.

Barokke kleding voor de man

De kleding van de man was erg elegant en vaak nog meer versierd dan de kleding van de vrouw. De wambuis (soort jasje) was nu langer en smaller van model dan in de renaissance. Was de broek van de Spanjaard een eeuw eerder nog erg kort, nu kwam de broek op of precies onder de knie. Zie afbeelding 8-15. In Frankrijk had men een voorliefde voor kant en dat zag je overal terug in de kleding. De kanten molensteenkraag van de renaissance werd weer in de kast opgeborgen en de mannen konden hun haar hierdoor weer los en lang dragen. Het haar hing in pijpenkrullen over schouders en rug. Maar omdat niet iedereen wordt geboren met schitterende lokken, werd er soms gebruik gemaakt van vals haar.

Het uiterlijk tijdens de rococo

Tijdens de laatste periode van de barok, de rococo, werd de kleding overdreven elegant. Je kunt dit goed terugzien op schilderijen van bijvoorbeeld Watteau uit die tijd. De mensen droegen veel pasteltinten en losse, wijde kleding. De absolute pronkstukken waren eigenlijk niet de kledingstukken, maar de pruiken, vesten en geborduurde kousen. De pruiken van vrouwen konden wel tot een halve meter hoog worden! Zie afbeelding 8-16. Er werd niet alleen vals haar gebruikt, maar ook landschappen, schepen of fruit en bloemen om het geheel extra mooi te maken. Wie mooi wilt zijn, moet pijn lijden…Ook de mannen dragen pruiken. Kijk maar naar Lodewijk XlV op afbeelding 8-13a. Deze worden wit gepoederd.