In de renaissance was het belangrijk om met kleding je figuur te accentueren. Vrouwen droegen corsetten om hun taille te versmallen en en hun heupen en buste te benadrukken. Mannen droegen jasjes die hun schouders bijna vierkant maakten.
Op het gebied van kleding veranderde in de tijd van de Renaissance ten opzichte van de middeleeuwen erg veel. In de nauwe kleding van de middeleeuwen voelden de mensen zich letterlijk opgesloten. Men knapte als het ware uit zijn kleding. De mens van de Renaissance wilde meer bewegingsvrijheid, knipte de kleding open en maakte het wijder.Deze bevrijding van veel te strakke kledingsstukken gebeurde als eerste bij Duitse en Zwitserse soldaten. Zij knipten hun veel te nauwe mouwen bij de ellebogen open. Dit was het begin van de zogenaamde spletenmode. Deze spletenmode zien we geduurde de hele zestiende eeuw.
Dure stoffen
Per land zag die mode er natuurlijk net anders uit. De aard van een volk zorgde ervoor dat er andere voorkeuren en smaken ontstonden. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld wat eenvoudiger dan in andere landen. De kleding bij ons was wat minder opzichtig en pronkerig. Daarentegen hielden de zetiende-eeuwse Hollanders wel van mooie, dure stoffen als zijde, fluweel, damast en brokaat. Over het algemeen gebruikten de Europese mannen en vrouwen erg veel gouden kettingen, ringen en andere sieraden.
Hoepelrok
Ondanks de behoefte aan meer bewegingsvrijheid droegen de vrouwen in deze tijd ijzeren corsetten. Het bovenstuk van de jurk zat daardoor erg strak om het bovenlijf. De rokken waren wel erg wijd en dit wijde werd geaccentueerd door het gebruik van hoepels. Deze hoepels werden gemaakt van wilgentakken en aan de onderrok bevestigd. Soms werd de rok ook nog op bepaalde plaatsen opgevuld. Zie afbeelding 7-8.
Ballonbroek
Voor de mannen waren er 2 soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de kleding erg breed. Zo breed dat het silhouet van de man bijna vierkant was. De jas was gevoerd met bont. In de mouwen maakten ze spleten, waardoor de voering van bont weer naar buiten puilde. Zie afbeelding 7-9. In Spanje droegen de mannen korte ballonbroekjes met dezelfde spleten als de net genoemde jas (het klimaat van Spanje, Duitsland en Engeland is uiteraard heel verschillend). De benen waren niet bloot, maar werden bedekt met lange kousen. De buis (kleding van bovenlichaam) was strak van model en de buik werd soms opgevuld. Het tenue werd afgemaakt met een kraag, de zogenaamde stijve molensteenkraag en een cape. Op het hoofd droeg de man een baret versierd met veren. Een hoed die doet denken aan die van zwarte piet.
