De Egyptenaren waren erg modebewust: ze besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk. Ze droegen elegante kleding, gebruikten make-up en zelfs pruiken.
In de Egyptische koningsgraven vind je al aanwijzingen over het soort kleding uit die tijd. Op de alleroudste afbeeldingen kun je namelijk al fijn geweven stoffen onderscheiden. Opvallend is dat er geen dierenhuiden werden gebruikt. Zelfs wol niet. De Egyptenaren geloofden namelijk dat in een leven dier een god kon wonen. Dan blijf je er uiteraard van af. Je kunt de goden maar beter te vriend houden.
Alle Egyptische kleding werd gemaakt van plantaardige vezels. De Egyptenaren waren erg gebrand op reinheid en hygiëne. De koningen zagen zichzelf als goden op aarde en besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren. Daarvoor in de plaats droegen de koningen niet alleen pruiken, maar ook opplakbaarden.
Parfumkegeltje voor de vrouw
De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels. Soms werden de jurken nog versierd met geplooide stroken. Over de jurk heen droeg de vrouw een soort poncho, die je kalasiris noemt. Het was een rechthoekige lap, vaak geplooid, met in het midden een gat voor je hoofd. Zie afbeelding 2-14. Verder droeg ze juwelen zoals een halskraag, enkelbanden, armbanden en oor- en vingerringen. Al deze sieraden werden gemaakt van kostbare materialen. De vrouw van de farao ging nog een stapje verder en was, net zoals de farao, kaalgeschoren. Ze droeg een pruik met geborduurde haarbanden, die weer versierd waren met lotusbloemen. Boven op haar hoofd droeg ze een parfumkegeltje gemaakt van was. De was smolt langzaam door de warmte van het hoofd en de omgeving en dan verspreidde zich langzaam een aangename geur.
Oogpotlood, lippenstift en nagellak
De vrouwen gebruikten ook make-up, zoals bijvoorbeeld een soort oogpotlood. Ze omrandden hun ogen met kohl. Daarnaast gebruikten ze henna om de lippen te stiften en de nagels te lakken. De spulletjes zaten in kleine flesjes en potjes en ze bewaarden die toiletspullen in een soort toilettas. Maar wel een die heel kostbaar was; gemaakt van kostbare materialen.
Heupschort voor de man
De mannen droegen heupschorten, die je shenti noemt. Bij hooggeplaatste personen was de shenti vaak gedeeltelijk of geheel geplooid. Zie afbeelding 2-15. Het bovenlichaam werd versierd met brede halskettingen, gemaakt van goud en halfedelstenen. Sieraden waren niet alleen voor vrouwen bestemd. De mannen droegen armbanden, ringen en enkelbanden van de mooiste materialen. De farao droeg ook een vierkant gevouwen hoofddoek, een klaft. Deze droeg de farao om zijn kale hoofd te beschermen tegen de felle Egyptische zon. Als teken van zijn koningschap droeg hij verder een valse baard en soms ook nog een kroon.
