Pablo Picasso (1881-1973) was een wonderkind. In 1900 kwam hij van Barcelona naar Parijs en had hij al heel veel werk gemaakt. Goed werk, maar nog niet in de stijl waar wij hem van kennen: het kubisme.
Het grote keerpunt in zijn manier van schilderen kun je terugzien in het wereldberoemde schilderij les Demoiselles d’Avignon uit 1907. Zie afbeelding 10-25. Hier zien we geen vrouwen van vlees en bloed, geplaatst in een dagelijks tafereeltje. Nee, we zien vreemde hoekige gezichten, die een ander kleur hebben dan de lichamen. Op de voorgrond is een tafeltje met fruit, maar het perspectief klopt niet. Het tafeltje lijkt omhoog geklapt en je verwacht dat het fruit er ieder moment vanaf kan rollen. Hij schildert verschillende gezichtspunten in één werk. De achtergrond bestaat uit kleurvlakken en soms is het niet helemaal duidelijk waar de vrouwen ophouden en de achtergrond begint.
Afrikaanse kunst
In de gezichten van herken je misschien wel Afrikaanse kunst; maskers. Picasso was heel erg geïnteresseerd in de beeldtaal van de Afrikanen. Die week namelijk behoorlijk af van die van de westerse kunstacademies. Het was grover, gestileerd, maar toch herkenbaar. Zie afbeelding 10-10a. Dit was precies waar Picasso naar op zoek was. Hoe kon hij structuur en vorm radicaler maken zonder dat de inhoud verloren ging? Zie afbeelding 10-10b uit 1932; Hoofd van een vrouw. Het is een vooroordeel dat Picasso puur abstracte kunst maakte. Hij zegt hier zelf over: “Iets als abstracte kunst bestaat niet. Je moet altijd met iets beginnen.”
George Braque
Vlak na het schilderen van Les Demoiselles d’Avignon ontmoet Picasso de kunstenaar George Braque (1882-1963). Vanaf die tijd werkten ze heel nauw samen. Zij waren, zoals Braque het zei ‘als bergbeklimmers die met een touw aan elkaar gebonden waren’. Samen ontwikkelden zij het kubisme, waarin zij ver ging in hun abstractie, maar het onderwerp altijd in gedachten hielden. Het kleurgebruik werd steeds soberder om de nadruk te leggen op de vlakverdeling. Zie afbeelding 10-13. Hierop zie je een stilleven van Braque uit 1911. Je herkent misschien nog muzieknoten en het bovenste gedeelte van een instrument en dan houdt het als snel op.
Papier Colle
Samen ontwikkelen de mannen de collage oftewel ‘papier collés’. Ze gebruikten stukken papier, die uiteraard plat zijn en daarmee banden ze ieder idee van ruimtelijkheid uit. Over dat papier tekenden of schilderden ze vaak nog heen. Het papier hoefde niet neutraal te zijn, maar kon ook van een krant of tijdschrift afkomstig zijn. Picasso zegt hierover: “Als een stuk krant in een fles kan veranderen, geeft dat te denken omtrent de aard van zowel kranten als flessen. Dit ontheemde voorwerp is binnengetreden in een universum waarvoor het niet is gemaakt en waar het tot zekere hoogte zijn vreemdheid behoudt. En juist over die vreemdheid wilden we de mensen aan het denken zetten, want we beseffen maar al te goed dat onze wereld heel vreemd en niet bijster geruststellend aan het worden was.”
Guernica
Een van de belangrijkste schilderijen van Picasso is 'Guernica', zie afbeelding 10-26. Op het schilderij wordt het bombardement op het plaatsje Guernica door de fascistenleider Franco uit 1937 uitgebeeld. Op het schilderij is veel te zien: het ging Picasso er vooral om de chaos en paniek uit te beelden die er heersten tijdens het bombardement.
Picasso maakte ook kubistische sculpturen. Niet van een traditioneel materiaal als marmer, klei of brons, maar met behulp van bijvoorbeeld plaatijzer, draad, karton of hout. Hij veranderde hiermee het hele karakter van de sculptuur tot die tijd! De beeldhouwkunst sloeg vanaf die tijd een nieuwe weg in.
