Pop Art en Op Art (1955-1980)

Beeldtaal als kunst

Elvis, Andy Warhol

Afb. 10-45 Andy Warhol, triple Elvis, 1965

Kunst gaat toch over het verbeelden van je zielenroerselen? Het maken van een uniek werk, waarin jouw ‘handschrift’ herkenbaar is. Het afgebeelde hoeft niet herkenbaar te zijn. Abstracte vormen geven je werk iets poëtisch. Of niet? De Pop Art kunstenaars weten wel beter. Weg ermee!

Aan het einde van de jaren '50 van de twintigste eeuw ontstaat er tegelijkertijd in Amerika en Engeland een nieuwe stijl: Pop Art. Kunstenaars zetten zich af tegen de heersende ideeën over kunst. Het dagelijks leven vormt hun inspiratiebron en uitgangspunt. Onderzoek naar de moderne westerse beschaving in al haar verschijningsvormen. Wegwerpartikelen, televisieprogramma’s, strips, film, reclames: de beeldtaal van de massamedia is pas echt interessant.

Andy Warhol

Engels kunstenaar Richard Hamilton (1922) zegt dat hij streeft naar kunst die “begrijpelijk, vergankelijk, vervangbaar, goedkoop, massaal reproduceerbaar, jong, geestig, sexy, publiciteitsgericht, glamorous en een commercieel succes” is. Andy Warhol (1928-1987) gaat nog een stapje verder dan Hamilton. Hij laat zijn drukwerk uitvoeren door assistenten en al zijn onderwerpen staan van tevoren al vast. Hij gebruikt alles dat populair is als onderwerp: van Marilyn Monroe tot Campell’s soepblikken. Op afbeelding 10-45 gebruikt hij Elvis in ‘Triple Elvis’ (1963). Zijn 3 Elvissen beter dan één? Herhaling vormt een wezenlijk kenmerk van zijn kunst. Niet alleen in het werk zelf, maar ook in de reproduceerbaarheid ervan. Een kunstwerk hoeft niet meer uniek te zijn. De kunstenaar neemt zelf geen kwast ter hand. Hij laat zijn assistenten zeefdrukken maken.

George Segal

George Segal, Rock 'n Roll combo

Afb. 10-37 George Segal, Rock 'n Roll combo, 1964

George Segal (1924-2000) heeft met Warhol gemeen dat hij zich bezighoudt met het alledaagse leven. Hij maakt beelden van mensen die zich bezighouden met dagelijkse handelingen. Zo maakte hij een beeldengroep van mensen die wachten bij een voetgangersoversteekplaats. Op afbeelding 10-37 zien we een Rock and Roll Combo. Segal zegt over zijn werk: “Ik probeer de ernst en waardigheid van de persoon vast te leggen. Ik ben afhankelijk van het model om mijn doel volledig te bereiken.” In tegenstelling tot Warhol maakt hij geen gebruik van reproduceerbare technieken. En jaren '50 kreeg hij een afgedankte partij gips en verband en borg hij zijn doek en kwast voorgoed op. Hij omwikkelt een persoon stap voor stap met gips doorweekt doek en snijdt de opgedroogde gedeeltes voorzichtig van elkaar los. Het gaat hem niet om de ‘mooie’ gedetailleerde binnenkant, maar de buitenkant, die er grof en onafgewerkt uitziet. Dat onafgewerkte geeft het vervreemdend effect waar Segal naar op zoek is. Zijn beelden plaatst hij in een omgeving die weer realistisch is. Zo zie je dat de hakjes van de vrouw, de gitaar en het drumstel wel echt zijn. Deze combinatie zorgt voor een interessant contrast.

Op Art

In de jaren '60 ontstaat kunst die we Op Art noemen. Op Art is een afkorting van Optical Art; kunst die direct op het oog inwerkt. Kunstenaars spelen met geometrische abstracte patronen. Het effect van een compositie is dat het lijkt alsof kleurvlakken en lijnen bewegen, terwijl je zelf stilstaat en het schilderij stil hangt. Kijk maar eens goed naar het werk van Richard Anuszkiewicx van afbeelding 10-46 en van Victor Vaserely van afbeelding 10-47.

op-art

Afb. 10-46 en 10-47