Voedselketens

Producenten en consumenten

Wij gaan voor ons eten naar de supermarkt. Maar in het dierenrijk ben je als dier jager en prooi tegelijk. Tenzij je bovenaan de voedselketen staat.

In de meeste ecosystemen maken organismen deel uit van meerdere voedselketens. Er lopen dus meerdere voedselketens door elkaar: dat noem je een voedselweb.

Energie

voedselketen dieren

Voedselketens draaien om energie. De zon zorgt voor energie voor planten en fytoplankton. Zij staan aan de basis van een voedselketen en maken hun eigen voedsel door middel van fotosynthese. Groene planten worden producenten genoemd en dienen alleen als voedsel voor andere dieren. Ze eten zelf geen andere organismen. Iedere schakel in de voedselketen wordt een trofisch niveau genoemd. De meeste voedselketens bestaan uit drie tot vijf trofische niveaus.

Producenten en consumenten

Vanaf het tweede trofische niveau vind je de zogenoemde consumenten. Zij gebruiken de energie uit de biomassa van de schakel voor zich. Maar die energie gaat niet 1-op-1 mee met de consument. Er gaat altijd energie verloren, met de ontlasting bijvoorbeeld. Maar de meeste energie verlaat het lichaam via warmte. Bovenaan de voedselketen staat altijd een toppredator: een dier dat door geen enkel ander dier gegeten wordt.

Voedselwebben

Om aan voldoende energie te komen, moeten de meeste dieren dus noodgedwongen deel uitmaken van meerdere voedselketens. Een zeehond kan bijvoorbeeld niet leven van 1 bepaalde vissoort. Dat zou te eenzijdig zijn en te weinig energie opleveren. Daarom zit de zeehond ook in de voedselketen van krabben, schelpdieren en andere dieren. Daarom lopen in werkelijkheid in een ecosysteem voedselketens door elkaar heen in voedselwebben.

Voedselpiramides

Hoe verder je komt in de voedselketen, hoe minder energie er overblijft. Als je dat in kaart zou brengen, krijg je een piramidevorm. Op het eerste trofische niveau vinden we de producenten van de energie. Daar is de hoeveelheid energie dus op zijn hoogst. De producenten worden gegeten door de volgende schakel in de voedselketen. Dat noem je de consumenten van de eerste orde, herbivoren (planteneters). Die herbivoren worden weer gegeten door consumenten van de tweede orde, carnivoren (vleeseters). Dit gaat zo door tot het vijfde trofische niveau. De dieren bovenaan de voedselketens hebben dus het geluk dat ze niet gegeten worden door anderen, maar ze moeten wel harder werken om genoeg energie te krijgen.