Een amfibie is een koudbloedig dier dat zowel in het water als op het land kan overleven. De amfibieën die in Nederland leven zijn kikkers, padden en salamanders.
Op aarde leven zo'n 6500 verschillende soorten amfibieën. Ze ademen met hun longen. Maar door hun dunne huid komt ook lucht naar binnen. Ze hebben dus eigenlijk 2manieren van ademhalen. Die dunne huid zorgt er ook voor dat amfibieën snel uitdrogen. Ze leven daarom vooral in vochtige streken en in de buurt van water.
Koudbloedig
Omdat amfibieën koudbloedig zijn ze voor hun lichaamswarmte afhankelijk van de zon. Als het kouder wordt dan worden ze stijf en traag. Dan zoeken ze een schuilplaats en houden ze een winterslaap. Maar tegen te veel warmte zijn ze ook niet bestand: amfibieën raken snel oververhit. Sommige amfibieën houden dan ook een zomerslaap.
Voortplanting
Amfibieën kunnen alleen voortplanten in het water. Omdat de eieren geen schaal hebben maar bestaan uit een soort gelei. Op het land zouden de eieren snel uitdrogen.
Metamorfose
Sommige dieren zien er als jonkie heel anders uit, dan als volwassene. Tijdens hun leven veranderen ze een aantal keren. Daardoor krijgen ze steeds weer een ander uiterlijk, een andere gedaante dus. We noemen die gedaanteverwisselingen metamorfose. Dit gebeurt bij amfibieën en insecten. We maken verschil tussen een volledige metamorfose en een onvolledige metamorfose.
De larven van amfibieën leven in het water en hebben kieuwen. Ze lijken erg op visjes. Als ze groter worden krijgen ze pootjes en longen en verdwijnen de kieuwen en de staart. De metamorfose van een amfibie ziet er zo uit:
- kikkerdril (de eitjes)
- kikkervisje met uitwendige kieuwen (de larve)
- kikkervisje met inwendige kieuwen
- kikkervisje met achterpoten en longen
- kikkervisje met voorpoten
- kikker met staart die binnen korte tijd verdwijnt (het kind, juveniel)
- kikker (het volwassen dier, adult)
Voedsel
Volwassen amfibieën eten vaak alleen maar kleine levende diertjes, bijvoorbeeld insecten.

