Sommige dieren vormen alleen groepen in een bepaalde periode. Er zijn ook groepen, zoals een bijenvolk, die jarenlang blijven bestaan. Deze groepen ontstaan niet zomaar, daar hebben de dieren goede redenen voor.
De kleinst mogelijke groep is een paar. Iets groter is het gezin. De twee dieren die eerst het paar vormden, voeden nu samen de kinderen op. Grotere groepen bestaan ook. Denk aan groepen vliegende ganzen of een kolonie bijen. Groepen ontstaan vaak vanwege de voortplanting, maar milieufactoren kunnen ook voor groepsvorming zorgen.
Gezin
Meeuwen leven in paren. Als zij kinderen hebben gekregen voeden ze die met zijn tweeën op. Ze hebben nu een gezin. Maar dit gezin maakt ook weer deel uit van een grotere groep: de meeuwenkolonie.
Je ziet dit ook bij pinguïns. Het grote verschil met meeuwen is dat pinguïns alleen tijdens de broedperiode in kolonies leven. Ze doen dit om hun eieren te beschermen tegen de meeuwen. Die vogels eten namelijk de pinguïneieren. Doordat alle eieren in de groep tegelijkertijd gelegd worden, kunnen de meeuwen ze niet allemaal opeten.
Harem
Mannetjeszeehonden vormen in de paartijd harems. Als de jongen geboren worden, valt de harem uiteen. De vrouwtjes vormen dan nieuwe groepen met de jongen. Elk vrouwtje zorgt alleen voor haar eigen jong.
Milieufactoren
Groepen dieren ontstaan vaak door milieufactoren. Wadvogels verzamelen zich bijvoorbeeld tijdens vloed op hoog gelegen plaatsen. En wapitiherten komen in de winter bij elkaar op plekken waar ze nog voedsel onder de sneeuw kunnen vinden.
