Geheugen

Onthouden op de korte en lange termijn

Hersenen

In het dagelijks leven wordt het geheugen meestal als een eenheid beschouwd, maar feitelijk kunnen zowel verschillende soorten geheugens worden onderscheiden als verschillende fasen.

Fasen
1. De eerste fase van het geheugen bestaat uit het zintuiglijke geheugen. Hier wordt alleen informatie die door de zintuigen wordt opgevangen zeer korte tijd vastgehouden.

2. Een klein gedeelte van de informatie die korte tijd in het zintuiglijk geheugen aanwezig is, komt in het kortetermijngeheugen terecht. Dit zijn de dingen die op dat moment belangrijk zijn voor ons, bijvoorbeeld het tijdelijk vasthouden van een telefoonnummer. Het kortetermijngeheugen heeft echter een beperkte capaciteit. Het kan gemiddeld zeven eenheden van informatie vasthouden. Het telefoonnummer verdwijnt onherroepelijk als de beller zich met iets anders bezig gaat houden en kan alleen door het steeds te herhalen langer worden vastgehouden.

3. Het kortetermijngeheugen wordt ook gevoed door de informatie uit het langetermijngeheugen. Iemand die een optelsom maakt, moet bijvoorbeeld de voorlopige uitkomsten steeds in zijn hoofd vasthouden (korte termijn), maar de opteller moet zich ook herinneren hoe hij het probleem moet aanpakken (lange termijn). Het langetermijngeheugen bewaart de informatie voor een langere periode.

Geïsoleerde verschijnselen
Door bovenstaande indeling wordt de indruk gewekt dat we te maken hebben met min of meer geïsoleerde verschijnselen van het geheugen. Dat is niet terecht. Het kortetermijngeheugen krijgt informatie van zowel het zintuigelijke als het langetermijngeheugen. Omdat de werking van die informatiestromen bij geen enkel mens op dezelfde wijze verloopt zal iedereen bij geheugentraining en bij het leren studeren zijn eigen weg moeten zoeken.