De werking van klieren, zoals de speekselklieren, is een vorm van gedrag. Een hond vormt speeksel als hij vlees proeft. De geur of smaak van vlees is een prikkel die de speekselvorming stimuleert.
Reflexen gebeuren zonder dat je het wil. Als je bijvoorbeeld een tikje op je kniepees krijgt, schop je automatisch je been een stukje naar voren. Dit noemen we een reflexhandeling. Een ander voorbeeld van een reflex is de pupilreflex. Afhankelijk van de hoeveelheid licht, verandert je pupil van groot naar klein.
Zonder hersenen
Deze onbewuste handelingen zijn nodig om in tijd van nood snel het juiste te doen. Omdat een reflex een snelle reactie is, worden deze niet door je hersenen geregeld. De prikkel loopt via je ruggenmerg direct naar je spieren.
Reflex en gedrag
Er is een vast verband tussen een prikkel en het bijbehorende gedrag. De Rus Pavlov vermoedde, dat de speekselvorming een reflex was. Zo’n reflex is van nature aanwezig en hoeft niet te worden aangeleerd. Hij dacht ook dat de hond geleerd kon worden om ook op andere momenten speeksel te vormen.
Pavlovreactie
Om dit te controleren gaf de onderzoeker een hond een stuk vlees. Hierop ging de hond speeksel produceren. Een andere keer kreeg de hond weer vlees, maar tegelijkertijd liet Pavlov een bel rinkelen. De hond vormde weer speeksel. Vanaf nu liet Pavlov de hond elke keer de bel horen als hij een stuk vlees kreeg. Hij herhaalde dit zo vaak, dat de hond al ging kwijlen als hij alleen de bel hoorde. We noemen dit aangeleerde reflex een Pavlovreactie, klassieke conditionering of een voorwaardelijke reflex.
