Dieren in het bos

Er zijn ontzettend veel verschillende soorten

Edelhert en vrouwtjeshert

In de Nederlandse bossen kun je een hoop verschillende dieren tegenkomen. Hieronder lees je meer over vier van hen.

Het edelhert

Het mannetje van het edelhert krijgt in het voorjaar een groot en vertakt gewei. Hiermee vecht hij met andere mannetjes om een zo leuk mogelijk vrouwtjesedelhert te krijgen. Bovendien maakt hij veel lawaai, dat heet burlen. Tegen de winter, wanneer de strijd voorbij is, verliest het mannetje zijn gewei.

De bosuil

Deze vogel jaagt 's nachts op muizen. Omdat het dan erg donker is, doet hij dat grotendeels op het gehoor. Een bosuil vliegt geruisloos. Zo hebben muizen niet door wat hen boven het hoofd hangt. Maar toch kan deze vogel veel herrie maken. Dit doet hij om vrouwtjes te lokken en andere mannetjes weg te jagen. Overdag rust de bosuil ergens in een boom. Onder die boom zijn vaak brakballen te vinden. Dat zijn de resten – botjes en haren – van de muizen die de uil 's nachts gegeten heeft. Hij slikt de prooi in een keer in en spuugt alles uit dat hij niet kon verteren. Door de braakbal uit te pluizen kun je er achter komen wat de uil gegeten heeft.

De specht

Een specht hakt met zijn snavel in boomstammen om er insecten(larven) uit te halen die in het hout of onder de schors leven. Daarnaast hakt hij in het voorjaar een diep hol uit een boomstam om er de jongen veilig in uit te broeden.

De adder

De adder is de enige giftige slang in Nederland. Hij is schuw en vrij zeldzaam. Daardoor worden er zelden mensen door adders gebeten. Gebeurt dat toch, dan zul je er niet dood aan gaan. Omdat een slang koudbloedig is, heeft hij geen vaste lichaamstemperatuur. Daarom liggen ze vaak in de zon op te warmen. In de winter is het te koud en kruipen ze in een hol.