In de Waddenzee vind je behalve vissen, schelpdieren en zeehonden ook veel vogels. Vooral tijdens eb zie je er veel. Dit komt omdat een drooggevallen Waddenzee net een gedekte tafel is voor de vogels. Elke dag eten bijna een miljoen vogels hun buikje vol.
Naast de vogels die in de buurt broeden, zijn er ook vogels die op doortocht zijn. Bijvoorbeeld om te overwinteren. Op het wad kunnen ze dan een weekje bijkomen en voldoende aansterken door flink te eten. Zonder het voedsel van de Wadden zouden deze trekvogels hun tocht niet kunnen volbrengen.
Wadlopen
Als het wad droog is lopen er vooral vogels met lange poten en lange snavels rond. Zij lopen over het zand of ondiepe plassen en prikken af en toe hun snavel in de bodem.
Snavels
Aan de vorm van de snavel kun je vaak zien wat ze eten. De scholekster heeft een lange knalrode snavel, als een soort dolk. Hij steekt die in de grond en kan er schelpen mee openbreken. Hij komt zo diep als zijn snavel komt, dat is ongeveer circa 10 centimeter. De wulp heeft een veel langere kromme snavel. Dat is een soort pincet waarmee hij bodemdiertjes tot een diepte van 15 centimeter kan vastgrijpen. Een kanoet heeft een kort snaveltje en komt niet verder dan 3 centimeter.
De kluut heeft een heel andere snavel. Die is dun met een bochtje naar boven. Hij maait er als een zeis mee over de bodem en eet alle kleine beestjes die daarbij van de bodem springen. De lepelaar heeft een soort lepel. Die beweegt hij heen en weer door ondiep water en grijpt er kleine visjes mee.
Eb en vloed
Al deze vogels voeden zich bij laagwater op het drooggevallen wad. Bij hoogwater rusten zij uit op de kant. Er zijn ook vogels die voedsel zoeken bij hoogwater. Zij bemachtigen de bodemdieren of vissen door te duiken, vanuit de lucht of drijvend op het water. Zoals de eidereend en de aalscholver. Zij rusten vaak uit bij eb.
