Nederlandse bossen

Het grootste deel ervan is aangeplant

Bos

In bossen in Nederland staan vaak veel dezelfde bomen bij elkaar, soms zelfs strak in rijtjes of vakken. Dit komt omdat bijna al het bos in Nederland is aangeplant.

Soms probeert de beheerder het bos iets natuurlijker te maken door de bomen hun eigen gang te laten gaan. Door hier en daar open plekken te maken, kunnen bomen en struiken zelf opkomen/groeien. Snel gaat dat niet; het zal nog eeuwen duren voor het bos op een natuurlijk oerbos van vroeger lijkt.

Loofbomen
In Nederlandse bossen vind je vooral loofbomen. Deze bomen hebben bladeren, maar verliezen die in de herfst. Dit doen ze zodat ze de winter kunnen overleven. Omdat er via de bladeren een hoop water verdampt, moeten de bomen de bladeren kwijt. Anders kunnen ze uitdrogen. In het voorjaar komen er knoppen aan de bomen, waardoor ze nieuwe bladeren krijgen.

Een boom die je veel in Nederlandse bossen vindt is een eik. Dit is een loofboom met gelobd blad en veel groeven in de stam. Hij ziet er vaak oud en knoestig uit. Deze boom kan erg oud worden en krijgt in de nazomer eikels (de vrucht). Er is ook een eik die uit Amerika is ingevoerd en nu veel in onze bossen voorkomt. Natuurbeheerders hebben deze Amerikaanse eik liever niet in hun bos.


Naaldbomen

Bomen zonder bladeren noemen we naaldbomen. In plaats daarvan hebben ze naalden. Deze blijven heel het jaar aan de boom zitten (de lariks is een van de weinige uitzonderingen).

De spar is een naaldboom met een heleboel korte naalden. Het is de boom die wij meestal met kerst in huis halen (en dan dikwijls dennenboom noemen; een den heeft veel minder en langere naalden). Van oorsprong komt de spar uit noordelijkere landen (zoals Zweden en Noord-Amerika). Veel natuurbeheerders werken de spar daarom langzaam maar zeker uit hun bossen.