Dieren in de Waddenzee

Schelpen, vissen en zeehonden

De Waddenzee is een bijzonder stukje Nederland. Bij eb valt de zee namelijk even helemaal droog. Hierdoor leven er een hoop verschillende dieren.

Schelp op het strand

Schelpen
In de Waddenzee zitten veel schelpen. Zij komen aan eten en zuurstof door het zeewater door hun schelp te laten stromen. Daarvoor gebruiken ze hun kieuwen. Met de trilharen op de kieuwen filteren ze lucht en kleine algjes en beestjes (plankton) uit het zeewater.

Het nonnetje heeft een slurfje en zuigt als een soort stofzuiger voedseldeeltjes van de bodem op. Zeepieren eten de wadbodem en halen in hun lijf alle voedseldeeltjes eruit. Uiteindelijk poepen ze het ‘schone’ zand weer uit. De schelpen en wadpieren kunnen alleen eten en ademen bij vloed. Bij eb rusten ze en houden ze hun schelp dicht.

Als bescherming tegen roofdieren hebben deze dieren een stevige schelp. Bovendien zitten ze half ingegraven in de bodem. Alleen het slurfje steekt er uit. Die wordt ook wel eens afgebeten door een vis. Gelukkig groeit dat daarna snel weer aan. Bij eb zijn de vogels het grote gevaar. Die zien soms waar de schelpen liggen en pikken ze met hun lange snavel uit de bodem.

Vissen
De schol en tong zijn platvissen die overdag op de zeebodem rusten. Ze hebben een perfecte schutkleur waardoor ze nauwelijks zichtbaar zijn op de zandbodem.‘s Nachts zwemmen ze rond en eten ze bodemdieren. Ze kiezen vooral voor de uitgestoken slurfjes van nonnetjes en uitstekende delen van zeepieren. De schollen blijven de eerste drie jaar van hun leven in de Waddenzee. Daarna zwemmen ze naar de Noordzee, want daar is het dieper.

Zeehonden op het strand

Zeehonden
Een zeehond is het grootste wilde zoogdier in ons land. Ze komen alleen in de Waddenzee voor en eten vooral platvis. Bij laagwater rusten ze uit. Je ziet ze daarom vaak in groepen op drooggevallen zandbanken liggen.

Vroeger leefden er volop zeehonden in de Waddenzee. Maar omdat de zeehonden de vis van de vissers opaten, werd er flink op ze gejaagd. Door de jacht werden ze heel zeldzaam. Toen ze in Nederland beschermd werden, kwamen er zelfs zeehondenopvangcentra voor zieke zeehonden. Nu zijn er weer zoveel zeehonden dat het de vraag is of de zieke dieren nog steeds opgelapt moeten worden.