Leven in en om de sloot

De voedselketen van kikkers en ooievaars

drie meiden in een sloot

In en rondom sloten leven veel beestjes, vissen en waterplanten. Deze organismen houden elkaar in stand. Algen worden bijvoorbeeld opgegeten door kikkers. En die kikkers worden weer door ooievaars opgegeten. Dit noem je een voedselketen.

Maar het kan ook anders. Een kikkervisje kan al opgegeten worden voordat het een kikker is geworden. Vissen zoals een voorn of stekelbaars doen dat. Deze vissen zijn op zichzelf ook voedsel voor een snoek. Er bestaan in een sloot dus meerdere voedselketens.

Kikkers
In veel sloten leven kikkers. De groene kikker wordt wel de boerennachtegaal genoemd omdat ze zo’n mooi geluid maken. Ze maken dat geluid door blazen aan beide zijden van hun kop op te blazen tot een soort ballonnetje en daarna weer leeg te laten lopen. Bruine kikkers hebben die blazen niet en kwaken ook lang niet zo hard. De mannetjes gebruiken het gekwaak om vrouwtjes te lokken. Ook laten ze de andere mannetjes op deze manier weten dat zij de baas zijn.

Kikkervisjes
Jongen van kikkers lijken totaal niet op hun vader en moeder. Het zijn een soort visjes die volledig in het water leven. Ze hebben kieuwen en een staart. Na een maand verliezen de kikkervisjes hun staart en kruipen ze op het land. Ze hebben dan al vier poten en longen gekregen. In de jaren zestig zeventig ging het heel slecht met de kikkers. Maar sinds het water in sloten en poelen weer een stuk schoner is, neemt het aantal kikkers weer flink toe in Nederland.

ooievaar met kikker in bek


Ooievaar

Kikkers worden weer opgegeten door ooievaars. Deze trekvogel is in de lente in Nederland om jongen te krijgen. Ze blijven tot het einde van de zomer en vliegen dan naar Afrika.

Zelfde nest
Ooievaars keren elk jaar terug naar hetzelfde nest. Dat ligt vaak op een hoog punt: een boom, een torenspits of een paal die mensen voor hen hebben klaar gezet.

Uitsterven
In 1910 waren er ongeveer vijfhonderd bewoonde ooievaarsnesten in Nederland. Dit werden er steeds minder. Tijdens de zeventiger jaren werden er nog maar tien nesten gezien en in 1991 zag je de vogels helemaal niet meer.

Om de vogels van uitsterven te behoeden werd in 1969 een ooievaarsdorp opgericht. Hier werd met ooievaars gefokt. Ze waren gekortwiekt, zodat ze niet weg konden vliegen. De nakomelingen van deze ooievaars werden eveneens gekortwiekt. Toen bleek dat er weer voldoende ooievaars waren, werden ze weer met rust gelaten. Tegenwoordig vind je ze al weer een stuk meer. Let maar eens op.