Dierlijke en plantaardige cellen

Hiermee worden planten en organismen opgebouwd

Elk organisme is opgebouwd uit cellen. Maar niet elk levend wezen bestaat uit dezelfde cellen.

Je hebt dierlijke en plantaardige cellen. Het grote verschil tussen de twee soorten is dat plantaardige cellen een celwand hebben. Door de celwand zijn ze veel sterker dan de dierlijke cellen.

Dierlijke cellen

Jouw lichaam bestaat uit dierlijke cellen. Deze cellen zijn zo klein, dat je ze alleen met een microscoop kunt bekijken. Je ziet dan drie verschillende onderdelen: het celmembraan, het cytoplasma en de kern.

Membraan

Het celmembraan is een vliesje dat het cytoplasma, water met daarin opgeloste stoffen, bij elkaar houdt. De celkern is het belangrijke deel van de cel. Dat is een bolletje, dat omgeven is door een kernmembraan.

Chromosomen

In een kern zitten chromosomen. Dat zijn dunne draadjes die bestaan uit DNA. Bepaalde stukjes van het chromosoom noem je genen. Dit zijn aanwijzingen die een cel gebruikt om allerlei stoffen te kunnen maken.

DNA

DNA is de stof die erfelijke informatie bevat. Het is voor geen enkel persoon hetzelfde, dus wordt DNA daarom veel gebruikt voor misdaadbestrijding. Ook kun je het gebruiken om vast te stellen of je aan iemand verwant bent.

Plantaardige cel

Schimmels, bacteriën en planten bestaan uit plantaardige cellen. Deze cellen zijn over het algemeen hetzelfde, maar hebben een celwand, een vacuole en bladgroenkorrels.

De celwand geeft de plant extra stevigheid en de bladgroenkorrels zorgen ervoor dat er fotosynthese kan plaatsvinden. Fotosynthese is het omzetten van water, koolstofdioxide en licht in suikers en zuurstof. De vacuole is een ruimte in het cytoplasma met water en opgeloste voeding- en afvalstoffen.