Alle onderdelen van een plant vervullen een belangrijke functie. Zo ook de bladeren. Zij zorgen ervoor dat er voedingsstoffen voor de plant aangemaakt worden.
De bladeren doen dit door het zonlicht op te vangen. Dit kunnen ze doordat er bladgroenkorrels in de bladeren zitten. Hierdoor hebben ze de kenmerkende groene kleur.
Fotosynthese
Als het licht eenmaal is opgevangen, begint er een ingewikkeld chemisch proces. Dat wordt fotosynthese genoemd. Tijdens dit proces worden koolstofdioxide, water en licht omgezet in suikers. De suikers worden vervolgens via kleine buisjes in de stengel (vaatbundels) naar de wortels vervoerd. Vanuit daar worden de voedingsstoffen weer verdeeld over de plant.
Zuurstof
Een groot voordeel van dit proces is dat er tijdens de fotosynthese zuurstof vrijkomt. Deze zuurstof is erg belangrijk voor mensen en dieren, omdat het nodig is om te kunnen ademen. Daarom is het van groot belang dat er voldoende planten op de wereld blijven groeien. Kap van het regenwoud zorgt er dus voor dat er meer koolstofdioxide in de lucht komt.
Herfst
In de herfst laten de meeste planten hun bladeren vallen. Dit doen ze om energie te kunnen besparen. De bladeren hebben namelijk veel voedingsstoffen nodig. In de lente en de zomer hebben de planten wel voedingsstoffen aangemaakt, maar dat zijn er niet genoeg om ook in de herfst en winter de bladeren van voedsel te kunnen voorzien.
Eetbaar of niet
Er zijn veel planten waarvan je de bladeren kunt eten. Koeien en schapen eten vooral gras. Maar ook mensen eten bladeren. Denk bijvoorbeeld aan sla. Pas wel op, want er zijn ook talloze giftige planten. Het is niet slim om daar zomaar een blad van op te eten.
