Begrippenlijst Europa

Handig bij het kijken van EU-Geografie

EU Geografie logo

Definities bij alle begrippen die in de programma's aan bod komen.

EU - EUROPESE UNIE

1 Grensverleggend Europa
Hoe werkt de Europese Unie?

Acquis Communautaire - Alle schriftelijk vastgelegde regels, wetten en normen van de EU.

Douane unie - Sinds 1968 zijn er geen onderlinge invoerbeperkingen (= vrijhandelszone) voor de landen binnen de EU. Ook hebben zij een gemeenschappelijk douane tarief voor landen buiten de EU.

EEG - Europese Economische Gemeenschap, Europees samenwerkingsverband, vervolg op EGKS (1958).
Frankrijk, (West) Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Italië.

EG - Europese Gemeenschap, Europees samenwerkingsverband, vervolg op EEG (1967), bestaat nog steeds onderdeel van de EU.
Frankrijk, (West) Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Italië,
(1973) Engeland, Ierland en Denemarken,
(1981) Griekenland,.
(1986) Spanje en Portugal.

EGKS - Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, eerste Europees samenwerkingsverband. Europese éénwording in 1951.
Frankrijk, (West) Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Italië.

Europees parlement - Direct gekozen volksvertegenwoordiging van bevolking van de EU. Het EP bestaat uit 732 leden afkomstig uit 25 lidstaten*. Iedere lidstaat heeft een vastgesteld aantal afgevaardigden gebaseerd op het aantal inwoners. In de huidige zittingsperiode zijn er dit voor Nederland 27*. Wordt om iedere vijf jaar gekozen.
* situatie 2005

Europese Commissie - Uitvoerend orgaan van de EU. Bestaat uit 25 leden* (één lid per staat). Legt wetten voor en controleert de Europese Raad van Ministers.
Belichaamt en behartigt het algemeen belang van de Europese Unie. De voorzitter en de leden van de commissie worden door de lidstaten benoemd na goedkeuring door het Europese Parlement. De commissie zetelt in Brussel.
* situatie 2005

Europese integratie - Europese eenwording, samenwerking tussen EU-lidstaten die moet leiden tot een verenigd Europa.

Intergouvernementele organisatie - Organisatie van soevereine landen met een zekere vorm van samenwerking.

Maastricht, verdrag van - 1992. Invoering van de Euro afgesproken. Verder stippelde men de route uit voor: samenwerken op buitenlands beleid, defensie beleid en justitie.

Supranationale organisatie - Organisatie van landen die een zekere mate van zeggenschap hebben overgedragen.

 

2 Grenzen aan de steun
Wat is de invloed van de EU op de landbouw in Nederland?

Agrosector – Landbouw en toeleverende en verwerkende bedrijven.

Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) - Het beleid dat de EU voert ten aanzien van de landbouw in alle lidstaten.

Liberalisering (vd wereldhandel) - Het vrijmaken van de wereldhandel, dus geen invoerrechten en geen handelsbarrières.

Schaalvoordelen – Kostenvoordeel voor een bedrijf met een grootschalige productie.

Schaalvergroting
1. Het proces waarbij steeds grotere eenheden (organisaties) worden gevormd.
2. Het proces van vergroting van productie en afzet dat leidt tot lagere kosten en hogere opbrengsten.

Basisrichtprijs - Hoort bij het markt- en prijsbeleid van de EU. Het is de streefprijs die door de landbouwministers jaarlijks voor elk product wordt vastgesteld met het oog op de kosten en de inkomens van de landbouwers. De basisrichtprijs is het uitgangspunt van de garantieregeling.

Drempelprijs (od GLB) - De minimumprijs waartegen landbouwproducten van buiten de EU toegelaten worden.

Exportsubsidie – Subsidie voor goederen die de EU worden uitgevoerd.

Interventieprijs - Hoort bij het markt- en prijsbeleid van de EU. Het is de feitelijke marktprijs van een bepaald product die lager is dan de basisrichtprijs en aanleiding is tot ingrijpen (interveniëren). De EU koopt dan het betreffende product waardoor het aanbod kleiner wordt en de prijs weer stijgt.

Invoerrechten (handelsbelemmeringen) – Belastingen op goederen die worden ingevoerd om te worden verhandeld op een bepaalde markt.

Markt- en prijsbeleid - Geheel van maatregelen binnen het landbouwbeleid waardoor de markt en dus de prijsvorming van landbouwproducten beïnvloed wordt. Doel is het garanderen van het inkomen van de boeren en het zorgen voor betaalbare voedselprijzen.

Quotum (Quotabeleid) – (bijv. Vis) Bepaalde hoeveelheid vis die per jaar mag worden gevangen.Idem: de hoeveelheid van een landbouwgewas dat verbouwd mag worden. Er is ook een melkquotum.

Restitutie (exportrestituties) - Vergoeding, subsidie die landbouwers krijgen om het prijsverschil van landbouwproducten met de wereldmarktprijs op te heffen.

Superheffing - Een boete die de boer krijgt als hij /zij teveel produceert t.o.v. het quotum.

Toeslagrechten - Bedrag dat is ontvangen door rechtstreekse steun van de EU voor landbouwgrond of dieren

3 Grenzen vervagen
Hoe zorgt de EU voor een eerlijke en gelijkmatige welvaart?

Autonomie - Onafhankelijk, niet onderworpen aan inmenging van andere landen.

Euregio - Regionaal samenwerkingsverband tussen gebieden aan weerszijden van de grens.

Europees fonds voor regionale ontwikkeling - Hoeveelheid geldmiddelen waarmee de EU probeert de sociaal-economische ongelijkheid in de achtergebleven gebieden in de EU te verminderen.

Regionaal beleid – Beleid ter bevordering van groei achtergebleven gebieden in de EU ( zie structuurfonds*)

Regionale ongelijkheid - Onrechtvaardige verschillen tussen gebieden in welvaart, welzijn en macht.

Regionale specialisatie - Een regio legt zich toe op die producten en diensten die hier goedkoop gemaakt kunnen worden.

Structuurfonds (structuurbeleid) – Steun verleend aan gebieden en groepen die t.o.v. het EU een gemiddelde een achterstand hebben.
Gebieden:
1. met een economische achterstand + hoge werkloosheid
2. oude industriegebieden
3. zeer dun bevolkte gebieden.
Groepen b.v. mensen met een handicap.

4 Open en gesloten grenzen
De toekomst van de EU, mondialisering of afzondering?

Comparatief voordeel - Voordeel dat een land heeft doordat het producten of diensten relatief (dus in vergelijking met een ander land) goedkoper en beter kan voortbrengen. Door met elkaar handel te drijven, kunnen beide landen daarvan profiteren.

Concurrentiepositie – Mate waarin een land kan concurreren afhankelijk van prijs en kwaliteit.

Fort Europa – Het afsluiten van de buitengrenzen van de EU voor verschillende doeleinden (importbeperkingen, migratie enz.).

Globalisering / Mondialisering - Internationalisering op wereldschaal.

Internationalisering - Een proces van schaalvergroting waarbij bedrijven en instellingen op politiek, sociaal, cultureel en economisch gebied gaan samenwerken en/of uitbreiden buiten de eigen landsgrenzen. In deze module gaat het vooral om de economische internationalisering

World Trade Organization: (WTO) Wereldhandel organisatie waar algemene afspraken worden gemaakt over handel ten einde een systeem van vrijhandel te bevorderen. (Voorheen GATT – General agreement of tariffs and trade).