Relatief arme landen als Indonesië en Cuba hebben het vaak moeilijk. Toch hebben ze een heel belangrijke inkomstenbron. Het toerisme.
Deze landen halen een heel groot deel van hun jaarlijkse inkomsten uit de vakanties van de rijkere mensen (zoals wij). Vooral in warme landen, eilanden of gebieden aan de zee komen elk jaar een hoop toeristen en willen daar maar al te graag hun geld uitgeven.
Alles voor de toerist
Je ziet daarom dat er in dit soort landen steeds meer hotels uit de grond verrijzen, dat de inwoners aan de kuststrook Engels leren en dat er luxe faciliteiten worden gebouwd. Alles wordt gedaan om het de rijke toeristen zo gemakkelijk mogelijk te maken. Maar als je verder het binnenland in gaat, zul je al snel zien dat het land helemaal niet zo luxe is als op jouw vakantiebestemming. Mensen leven in oude huizen, hebben niet veel eten en zijn arm.
Orkaan
Omdat er zoveel mensen uit de landen in de toeristensector werken is het een ramp als er een orkaan een groot deel van het land verwoest. Dat gebeurde in september 2008 op Cuba. Er bleef niets van de hotels over, waardoor de toeristen van het eiland vluchtten. Het zal een tijd duren voordat alles weer opgebouwd is en mensen weer naar het eiland op vakantie gaan. Al die tijd mist het land dan de inkomsten uit het toerisme.
Vloedgolf
Hetzelfde gebeurde toen in 2005 een zeebeving voor de kust van Indonesië voor een enorme vloedgolf (tsunami) zorgde. Een groot deel van de Indonesische kust kwam onder water te staan en mensen werden geëvacueerd. Omdat er een enorme ravage overbleef, moest alles helemaal opnieuw worden opgebouwd.
Bomaanslag
Andere problemen zijn bomaanslagen. In 2002 zo’n aanslag gepleegd op een discotheek in de Balinese badplaats Kuta. Hierbij kwamen veel toeristen om. Dit leidde ertoe dat er veel minder toeristen naar het eiland kwamen. Veel mensen die in het toerisme werkten, kwamen hierdoor zonder werk te zitten.
