Na de zomer, de herfst en de winter wordt het weer lente: het seizoen van krokussen, bloesem en de zon die het langzaam wint van de regen. Maar hoe komen we eigenlijk aan seizoenen?
Wat is een seizoen?
Een ander woord voor seizoen is jaargetijde. Een seizoen of een jaargetijde is een jaarlijks terugkerende periode van 3 maanden. Wij hebben 4 seizoenen, omdat de aarde in 1 jaar 1 keer om de zon heen draait. (De aarde draait natuurlijk ook nog in 24 uur om zijn eigen as.) De 4 seizoenen zijn lente, zomer, herfst en winter.
Waarom zijn er seizoenen?
Er zijn 4 seizoenen, omdat de aardbol niet recht maar schuin staat. Doordat de aarde schuin staat en in een jaar rond de zon draait, krijgt de aarde niet overal even veel zon. Wanneer een deel van de aarde weinig zon krijgt, is het daar winter en wanneer een deel veel zon krijgt is het daar zomer.
Wat is de zomertijd?
Vroeger werden mensen gewoon een aantal uren na zonsopgang wakker. Tegenwoordig worden we niet meer wakker door de zon, maar door de wekker. Door in de zomer de tijd een uur te verschuiven is het minder lang licht als mensen nog slapen. Een andere reden is dat het ’s avonds dan langer licht is en dat bespaart energie omdat de lamp dan niet aan hoeft.
Voor- en nadelen van zomertijd
Voordelen van de zomertijd zijn dat het ’s avonds langer licht is en dat er energie wordt bespaard. Toch heeft zomertijd niet alleen voordelen. Nadelen zijn dat sommige mensen last hebben met het aanpassen aan het nieuwe ritme. Deze mensen zijn dan extra vermoeid, omdat ze ’s morgens niet goed kunnen opstaan en ’s avonds niet goed kunnen slapen.




