Natuurrampen komen vaak onverwacht en kunnen grote gevolgen hebben. Vooral in ontwikkelingslanden. Als de nood hoog is krijgen de landen noodhulp, maar wat moet er gebeuren om bij een volgende ramp de schade zoveel mogelijk te beperken?
Aardbevingen
Eigenlijk zijn aardbevingen heel normaal. Iedere dag komt er wel ergens op de wereld een aardbeving voor. Gelukkig merk je van de meeste aardbevingen niets. In Nederland komen er ook aardbevingen voor, vooral in Groningen en in Limburg. Deze aardbevingen zijn meestal erg licht en voelen alsof er een grote vrachtwagen voorbij rijdt. Deze aardbevingen hebben een kracht van niet meer dan 2 of 3 op de schaal van Richter.
Haïti 12-01-2010
In Haïti was op dinsdag 12 januari 2010 ook een aardbeving. Deze aardbeving was zeer zwaar en had een kracht van 7.0 op de schaal van Richter. Dat is wel iets ander dan een voorbijrijdende vrachtwagen! Door deze verwoestende aardbeving zijn er 1,5 miljoen mensen dakloos geworden en er zijn naar schatting 230.000 doden gevallen.
Noodhulp
Haïti is één van de armste landen ter wereld. Door de aardbeving zijn veel huizen, ziekenhuizen, scholen en flatgebouwen ingestort. Haïti heeft zelf niet genoeg middelen om mensen die getroffen zijn te helpen. Om de eerste weken toch te kunnen overleven hebben de mensen in Haïti hebben allereerst noodhulp nodig. Ze hebben water, voedsel, kleding, onderdak en medicijnen nodig. Deze hulp komt voor een groot deel van rijke landen en hulporganisaties.
Structurele hulp
Na deze noodhulp moet het land weer worden opgebouwd. Aan de wederopbouw werken veel hulporganisaties mee. De opbouw van huizen gebeurt in samenwerking met de mensen zelf. Voor de wederopbouw van het land is veel geld nodig. En dat geld moet goed worden besteed, zodat bij een volgende ramp niet alles opnieuw verwoest wordt. Deze structurele hulp moet de mensen voor langere tijd helpen in hun bestaan.


