Sinds de eerste beklimming van de Everest zijn de voorzieningen in het gebied steeds beter geworden. Er zijn bruggen gebouwd; er is(hydro)electriciteit en ook stromend water gekomen.
Accommodaties werden groter en luxer. Het eten is werkelijk overal aangepast aan de buitenlandse smaak. Tot in het laatste gehucht op grote hoogte, en zelfs in het basiskamp op 4000 meter, kun je nu pizza, spaghetti en appeltaart bestellen. Ook de toegang tot internet wordt met het jaar betrouwbaarder in het groeiend aantal internetcafe’s tot aan de laatste nederzetting voor basiskamp. Het aantal toeristen nam in korte tijd dan ook sterk toe.
Toerisme
Het toerisme heeft de sherpa’s een relatief vooraanstaande economische positie in Nepal gebracht. Er was – en is – heel goed geld mee te verdienen. Sommigen onder hen, zij die enige keren mee konden als hoogtedrager en expeditiebegeleider naar de top, konden investeren in hotels en lodges in Kathmandu en Pokhara. Zij verdienden zoveel geld dat zij zich voor hun kinderen een dure opleiding aan vooraanstaande universiteiten in Engeland of de V.S. konden veroorloven. Een goede opleiding voor de kinderen was - en is - het hoogste ideaal van sherpa’s om voor te werken. De “American Dream”speelt daarbij een grote rol.
Onderwijs
Er zijn, met name dankzij Edmund Hillary, scholen opgericht in het thuisgebied van de sherpa’s. Er wordt in de Nepalese taal lesgegeven. Daardoor is een goede basiseducatie mogelijk geworden voor alle sherpakinderen, wat eigenlijk een uitzonderlijke situatie is voor een land als Nepal, dat tot de armste landen van de wereld behoort. Maar een baan is helaas niet eenvoudig te vinden en buiten het toerisme eigenlijk helemaal niet. Daarom zijn Engelstalige scholen steeds meer in trek gekomen. Een sherpa die net iets meer verdient dan de andere sherpa’s stuurt zijn kind (vanaf zes jaar!) naar een kostschool in Kathmandu, waar in het Engels onderwezen wordt. Dit kost ongeveer zestig euro per maand.
Toekomst
De kinderen verliezen op de kostschool geheel de band met hun familie- en de sherpacultuur, maar dit wordt als ondergeschikt belang gezien. Kennis van de Engelse taal geeft immers de meeste kans op betaald werk in het toerisme. Dat is de enige bron van inkomsten. Zo komt het dat jonge sherpa’s met een relatief goede opleiding toch weer kiezen voor de relatief lucratiefste baan, die echter ook het meeste risico in zich draagt: begeleiding van expedities naar de top.
Aantrekkelijk
Het begeleiden van trekkers op lagere hoogte, dat veel minder verdiensten oplevert, is toch ook nog heel aantrekkelijk werk voor de sherpa’s. Met het begeleiden van trekkers verdienen ze ongeveer zeven dollar per dag (dragers verdienen ongeveer vijf dollar per dag). Per jaar doen ze maximaal vier trektochten van ongeveer vijftien dagen. Zij voelen zich bevoorrecht omdat rustdagen worden doorbetaald en het eten tijdens de reis voor hen is inbegrepen. Ook de fooien aan het eind van tocht en de mogelijkheid om kennis te maken met buitenlanders maakt het werk interessant.
Oude dag
Veel sherpa’s zijn op uitnodiging in Oostenrijk zijn geweest om in de zomer in Alpenhutten te werken of om er klimmerscursussen te kunnen volgen om gediplomeerd expedities te begeleiden. Het behoud van de sherpacultuur is voor hen minder belangrijk dan het kunnen deelnemen aan de op het toerisme gebaseerde economie. Wat er schort aan het seizoenswerk is echter dat er geen doorbetaling is voor de oude dag of ziektevoorziening. Wel hebben hoogtedragers een levensverzekering. De meeste sherpagezinnen bestaan uit ouders en twee kinderen. Ook dit is een relatief ‘ontwikkeld’ kenmerk van de sherpabevolking, waarbij het te hopen is dat deze groep ook voorop komt te lopen met een relatief goede oudedagsvoorziening.
