In de Himalaya zijn bijna geen wegen. Je ziet vooral bergpaden die vaak heel steil en rotsachtig zijn. Toch moeten bergbeklimmers hun spullen mee kunnen nemen. Daarvoor zijn er dragers en sherpa’s.
Alles wat de klimmers nodig hebben wordt getild door dragers. Dit zijn mensen uit de lokale bevolking en brengen al het eten en drinken, de brandstof en de ladders omhoog over de smalle, steile paden. De bergbeklimmers dragen alleen hun eigen rugzakje met wat drinken, een fototoestel en extra kleding.
Vervoer
De dragers (mannen én vrouwen) sjouwen een vracht mee van tussen de 30 en 75 kilo. Omdat dit erg zwaar is, dragen ze de last met een band om het hoofd. Af en toe worden de goederen ook op Jaks vervoerd. Dit zijn runderen die heel goed kunnen klimmen. Zij overleven gemakkelijk boven de 3000 meter.
Organisatoren
Sherpa’s zijn geen dragers. Zij organiseren de reizen. Omdat ze precies de weg weten op de berg, zijn Sherpa´s vaak in dienst van trekkingbureaus. Maar naast gids zijn ze ook een goede regelaar. Ze reserveren en regelen alles rond het eten en slapen in de dorpjes, nemen dragers in dienst en zorgen dat het eten klaar staat bij aankomst in het basiskamp. Hierbij is er wel een verdeling tussen mannen en vrouwen. De sherpamannen zijn de regelaars en de vrouwen hebben lodges, restaurantjes en winkeltjes.
