Er zijn ontzettend veel weerverschijnselen. Dit zijn verschijnselen dat typeert wat voor weer het precies is. Denk bijvoorbeeld aan de regen en de wind!
Hoe warm of koud het is noem je temperatuur. Dat wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de zon. De zon straalt heel veel warmte uit. Een deel daarvan komt op de aarde terecht en blijft in de dampkring rondom de aarde hangen. De wind en het water verspreiden de warmte over de planeet.
Neerslag
Die wolken zijn gemaakt van waterdruppels. Het is warme lucht die is opgestegen. In de warme lucht is het waterdamp, maar hoog in de lucht is het afgekoeld en veranderd in water. Als de waterdruppels klein zijn, wegen ze niet veel en blijven ze zweven.
Al het water dat uit de hemel valt is neerslag. Dat kan in verschillende vormen. Natuurlijk regen, maar ook sneeuw, ijzel en hagel noemen we neerslag. Neerslag heeft te maken met wolken. Het regent niet als er geen wolken zijn! De neerslag komt uit de wolken.
Maar als er heel veel warme lucht opstijgt, gaan de druppels aan elkaar vast zitten. Ze worden groter en zwaar en vallen naar beneden. Dan gaat het regenen! Soms zijn de waterdruppels zó koud dat ze in de lucht bevriezen. Als de wolk dan te zwaar wordt gaat het sneeuwen of hagelen.
