De geografische noordpool

Het noordelijkste puntje van de aarde

Kaart van Noordpool

De aarde draait in 24 uur eenmaal om zijn as. De geografische noordpool is het noordelijke uiteinde van die as.

Dit punt ligt midden in de Noordelijke IJszee. Maar met de noordpool wordt vaak het hele gebied ten noorden van de poolcirkel bedoeld.

Midzomernacht

De poolcirkel ligt op 66,6 graden noorderbreedte en loopt over het noordelijkste puntje van IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland, Rusland, Alaska, Canada en Groenland. In het gebied hierboven gaat de zon in de nachten rond 21 juni niet meer onder. Dat noemen we de midzomernachtzon. Des te noordelijker je komt des te meer dagen het licht blijft.

Poolnacht

middernachtzon

Het kan ook andersom. Aan het begin van de winter (21 december) komt de zon niet op in het gebied boven de poolcirkel. Het is dan de hele dag donker. Dit noemen we de poolnacht. Ook hier geldt: des te noordelijker je bent, des te langer het donker is.

Zeeijs

ijs

De Noordpool en het gebied eromheen zijn bedekt met ijs. Dit is geen landijs zoals op de zuidpool en Groenland, maar zeeijs. Dit ijs is 1 tot 4 meter dik en bestaat uit bevroren oceaanwater. Ook delen van de landen die in het noordpoolgebied liggen zijn bedekt met ijs. De bodem is daar het hele jaar door bevroren. Dat noemen we permafrost. Zomers smelt veel van het ijs. Maar in de winter vriest het vaak weer aan. Zo kan een groot deel van de Noordelijke IJszee dichtvriezen.

Koud op de Noordpool

zonnestralen vallen onder verschillende hoeken op de aarde

Het is koud op de Noordpool doordat de zon onder een hoek op de aarde straalt. Op de evenaar is die hoek 90 graden. De zonnestralen kunnen daar recht op de evenaar vallen. Dit betekent dat ze maar een kleine afstand af hoeven te leggen. Rond de evenaar is het dus erg warm. Om de Noordpool te bereiken moeten de zonnestralen een kleinere hoek maken waardoor de stralen meer verspreid raken. Ook moeten ze een langere weg afleggen, waardoor ze zwakker en kouder zijn. Bovendien weerkaatsen de witte sneeuw en het ijs de zonnestralen (albedo-effect). Daardoor wordt het nog kouder.