Natuurlijke oorzaken klimaatverandering

Niet alleen de mens heeft schuld

Meteorietregen en planeet

Waardoor werden de klimaatveranderingen in het verre verleden veroorzaakt? Niet door de mens. Er waren op een gegeven moment wel mensen op aarde, maar het waren er weinig en hun invloed op hun natuurlijke omgeving was gering. Het moet dus iets anders zijn geweest.


Meteorietinslagen

Een inslag van een meteoriet kan het klimaat in een korte tijd veranderen. Er ontstaat dan namelijk een stofwolk. Deze wolk kan ervoor zorgen dat zonlicht jarenlang wordt tegengehouden. Het gevolg is dat het kouder wordt. De dinosauriërs zijn bijvoorbeeld vrij abrupt verdwenen tijdens de overgangsperiode van het Krijt (140 tot 65 miljoen jaar geleden) en het Tertiair (65 tot 2 miljoen jaar geleden). Waarschijnlijk kwam dit door een klimaatverandering veroorzaakt door de inslag van een meteoriet.

De zon

Baan van de aarde om de zon

Het klimaat is ook afhankelijk van de hoeveelheid zonne-energie die er op de aarde wordt opgevangen. De zon straalt niet altijd evenveel zonne-energie uit. Ze straalt iets meer als ze actief is en er veel zonnevlekken zijn. Hierdoor wordt het warmer op aarde. Is de zon minder actief? Dan wordt het kouder op aarde.

De aarde

De aarde maakt een ovale baan rond de zon. Als die baan iets verandert, komen sommige delen van de aarde dichterbij de zon en andere delen minder dichtbij. Dat zorgt ervoor dat het warmer wordt in de delen die dichterbij de zon komen en kouder op delen die verder van de zon af komen.

Positie van de continenten

Globe waarop het uiteendrijven van de continenten zichtbaar is

De positie van de continenten heeft invloed op de zeestromen. Als de continenten allemaal dicht bij elkaar liggen (zoals miljoenen jaren geleden), is de stroming van de zee anders dan wanneer de continenten verder van elkaar af liggen (zoals nu). Als de continenten dicht bij elkaar liggen, kan het warme water naar meer plaatsen op aarde stromen. Andersom wordt het kouder als de continenten verder uit elkaar liggen en de warmte minder effectief door de zee kan worden verspreid.

Vulkanische activiteit

Vulkaan

Vulkanen kunnen door grote uitbarstingen het weer beïnvloeden. Als stof en zwaveldeeltjes in de stratosfeer terecht komen, houden ze zonlicht tegen. Daardoor wordt het kouder (net als bij meteorietinslagen). Het effect van zo’n eruptie kan wel twee jaar te merken zijn. Ook komt er bij een uitbarsting CO2 in de atmosfeer.

Broeikasgassen

De atmosfeer bevat een aantal broeikasgassen, waaronder CO2. Zonder deze gassen zou de aarde een kille planeet zijn. Het zou dan gemiddeld –18 graden Celsius zijn. Als we kijken naar het CO2-gehalte in de atmosfeer over de laatste 150.000 jaar, blijkt dat de koude periodes overeenkomen met lage CO2-gehaltes, terwijl de warme periodes worden gekenmerkt door hoge CO2-gehaltes. Nu is het niet mogelijk precies vast te stellen of in deze periodes het CO2-gehalte het klimaat ‘volgde’ of ‘stuurde’. Natuurlijke schommelingen in de atmosfeer hebben dus invloed op het klimaat. Maar ook de toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer door menselijke activiteit heeft invloed.

Albedo-effect

De aarde kaatst een groot deel van de ontvangen zonne-energie weer de ruimte in. Dit noemen we het Albedo-effect. Elke bodem stuurt een andere hoeveelheid stralen terug. IJsmassa’s maar ook woestijngronden kunnen veel zonnestraling weerkaatsen. Als er iets verandert in het klimaat, bijvoorbeeld als er een ijstijd optreedt, neemt het Albedo-effect toe. Er worden dan meer stralen teruggekaatst en het wordt kouder.

Lucht- en zeestromen

stromingen van de zee

De Atlantische Oceaan heeft veel invloed op het klimaat in Europa. De luchtdruk boven de oceaan is niet overal hetzelfde. Er zijn hoge en lage luchtdrukgebieden. Door veranderende luchtdruk kunnen luchtstromen veranderen. En luchtstromen voeren warme of koude lucht mee. Verandering in de luchtstromen kan dus weersverandering en op de lange termijn klimaatverandering veroorzaken.

Niet alleen de luchtdruk kan een oorzaak zijn van klimaatverandering. Ook zeestromen in de oceaan kunnen hiervoor zorgen. Een sterke zeestroom in de Atlantische Oceaan vanuit het zuiden zorgt voor aanvoer van veel warmte, wat een relatief mild klimaat in noordwest- Europa mogelijk maakt. Een zwakke zeestroom in de Atlantische oceaan vanuit het zuiden daarentegen, heeft als gevolg dat het koude water van het noordelijke deel van de oceaan opschuift naar het zuiden. Boven de koude oceaan kan de temperatuur fors dalen. Een verandering in de sterkte van de zeestroom kan dus voor klimaatveranderingen zorgen.