Raaf bereidt zich voor op de komst van zijn neef Raven uit Engeland. Ze hebben elkaar al een tijd niet gezien.
Raaf en Raven lezen samen een prentenboek. Het verhaal gaat over een beer die op reis gaat. Dit brengt Raaf op een idee.
Raaf en Raven doen het spelletje ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’ in het Engels. Als Raaf de kleur in gedachten neemt, noemt Raven alle spullen op die in de ruimte staan.
Raaf en Raven hebben een nieuw spelletje bedacht: het raden van dierengeluiden.
Raaf en Raven zijn op de computer het memoryspel van ‘Huisje Boompje Beestje’ aan het spelen.