Een gezin op een camping. De moeder is aan het koken. Bij het afgieten van de groente schiet het deksel weg en moeder krijgt het kokend water over haar hand.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Er is een schoolfeest. Een groepje leerlingen stort zich opgewonden in het feestgewoel. Om een beter zicht op de band te krijgen gaan leerlingen op stoelen en tafels staan.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Moeder en dochter bakken een taart. Tijdens het afwassen grijpt het kind in het scherpe deel van een mes.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Het is zomer en de kinderen spelen buiten. Vader is bezig om olielampjes te vullen met gekleurde lampolie.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Kinderen met skateboards spelen bij en op een halfpipe. Stoer worden de beschermingsmiddelen afgedaan. Een kind valt en breekt zijn onderbeen.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Een gezin gaat met de auto op vakantie. De kinderen zeuren om een snoepje. Vader deelt uit en neemt zelf ook een snoepje.
Op het moment dat hij het snoepje in zijn mond stopt, moet moeder heftig remmen voor een rood stoplicht. Vader verslikt zich.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
We zien een ijshockeytraining. In de kleedkamer wordt gemopperd over het moeten dragen van beschermingskleding. Deze kleding is hinderlijk en niet stoer.
Als tijdens het spel de trainer even weg moet, doet een van de spelers zijn helm en kap af. Net op dat moment krijgt hij een stick in zijn gezicht.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Een gezin gaat een dagje zeilen. Een vriendin van de dochter gaat ook mee. Na aanleggen merkt de vriendin dat ze iets op de boot heeft laten liggen en gaat het even snel halen.
Ze wil vanaf de aanlegsteiger op de boot springen, maar valt daarbij in het water. Het meisje kan niet goed zwemmen en verdwijnt onder water.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)