Julia woont in Villa Genetica, waar Terrence zijn moeder Mabel die daar schoonmaakster is, helpt. Op een dag wordt de moeder van Julia dood aangetroffen. Er wordt een onderzoek gestart.
Terrence wijst Julia erop dat haar bruine oogkleur niet klopt met de wetten van de erfelijkheidsleer. Haar hele familie heeft immers blauwe ogen. In hun gesprek komt naar voren dat het uiterlijk afhangt van erfelijke en omgevingsinvloeden. Ook of je een gootje van je tong kunt maken is volgens Terrence genetisch bepaald. Als gevolg van dit gesprek gaat Julia eraan twijfelen of haar vader Hugo wel echt haar vader is.
Een rechercheur neemt een wangslijmmonster van Julia om een DNA-profiel te maken. Met zulke DNA-profielen kunnen misdrijven worden opgelost, maar er is ook aan te zien of iemand je biologische ouder is.
Julia krijgt door dat hier haar kans ligt om erachter te komen of Hugo haar vader is of niet. Ze heeft alleen een DNA-profiel van zichzelf en van Hugo nodig.
De rechercheur nodigt Julia uit voor een bezoek aan een gerechtelijk laboratorium. Daar ontmoet ze de laboratoriummedewerkster Shirley, die haar aan de hand van een kern van een wangcel uitlegt wat DNA is en waar je het kunt vinden. Ze vertelt ook wat kernen, chromosomen, genen, DNA en DNA-profielen met elkaar te maken hebben.
Shirley maakt een DNA-profiel van Julia en Hugo. Omdat de DNA-profielen van Julia en van Hugo geen duidelijke overeenkomsten hebben, heeft Julia een goede reden om eens openhartig met Hugo te praten.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Hugo vindt het logisch dat er verschillen tussen hem en Julia bestaan. Hij is immers een man en zij is een vrouw. En iedereen weet toch dat dochters van de moeder en zoons van de vader erven? Maar op grond van het DNA-profiel kan Hugo niet de vader van Julia zijn.
Shirley laat Julia zien hoe uit een eicel en een zaadcel een bevruchte eicel ontstaat. Die bevruchte eicel gaat zich delen door ongeslachtelijke celdeling (mitose). Het bijzondere van die delingen is, dat elke nieuwe cel precies dezelfde chromosomen heeft en dus hetzelfde DNA als de bevruchte eicel. Daardoor zitten in Julia's cellen kopieën van het DNA van haar moeder en vader. In een DNA-profiel van Julia moet je daarom overeenkomsten vinden met het DNA-profiel van haar vader. Als die er niet zijn, is Hugo niet haar biologische vader.
Terrence blijkt een zekere Arend te kennen, die meer weet over de echte vader van Julia. Van de doodzieke Arend hoort Julia dat hij haar vader is. Van hem heeft ze bijvoorbeeld haar bruine ogen en een heel bijzondere moedervlek.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Julia gaat nog een keer naar het ziekenhuis om Arend te bezoeken, maar die blijkt intussen te zijn overleden. Ze vertelt Shirley over Arend, die haar biologische vader zou zijn. Hij had in elk geval dezelfde oogkleur en kon een gootje van zijn tong maken, al waren er ook wel verschillen tussen Arend en Julia.
Shirley werkt in een IVF-laboratorium, waar ze Julia laat zien hoe een zaadcel samensmelt met een eicel. Die zaadcel en die eicel zijn ontstaan door meiose. Dat is een celdeling, die alleen in de geslachtsklieren voorkomt als daar zaadcellen of eicellen worden gevormd. Zaadcellen en eicellen zijn geslachtelijke voortplantingscellen. Het aantal chromosomen in deze cellen is door de meiose gereduceerd tot de helft van het normale aantal.
Als twee voortplantingscellen later weer samensmelten krijgt de bevruchte eicel van beide voortplantingscellen 23 chromosomen. De bevruchte eicel heeft daarna weer 46 chromosomen. Door mitose groeit uit deze cel een baby, die ook in elke cel 46 chromosomen heeft: 23 kopieën van de chromosomen van de moeder en 23 kopieën van de chromosomen van de vader.
Om al vroeg te zien of de baby een jongen of een meisje is, kan prenataal onderzoek worden gedaan. Er worden dan wat cellen met hetzelfde genotype als het embryo gebruikt om er een chromosomenportret van te maken. Sommige afwijkingen, zoals het syndroom van Down, zijn al in het chromosomenportret te herkennen.
Als Julia weer thuiskomt, krijgt ze te horen dat Arend niet alleen háár vader was, maar ook die van Terrence. Julia en Terrence zijn halfzus en halfbroer. Het wordt Julia allemaal te veel. Ze heeft tenslotte te maken met een moord, een niet-biologische vader, een gestorven biologische vader en een onverwachte halfbroer.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)
Het DNA van Julia en Terrence verschilt, maar er zijn ook overeenkomsten. Die kunnen worden verklaard, omdat ze halfbroer en halfzus zijn. Julia en Terrence proberen hun familierelatie in een stamboom weer te geven.
Het DNA-profiel van Hugo maakt duidelijk dat hij zijn vrouw niet vermoord kan hebben. Ook Mabel gaat vrijuit. Dan komt een zekere Erik opdagen die beweert dat hij een eeneiige tweelingbroer van Arend is. Hij vertelt dat hij naar Villa Genetica was gekomen om Julia haar moeder te vragen Arend in het ziekenhuis op te zoeken. Maar ze schrok zo toen ze Erik zag, dat ze een hartaanval kreeg en stierf. Het DNA van de plaats delict is van Erik. Vlak voor de moeder van Julia stierf heeft ze hem in paniek gekrabd en zo zijn zijn cellen onder haar nagels terecht gekomen.
De DNA-profielen van Arend en Erik lijken wel van dezelfde persoon. Shirley verklaart dat met behulp van een animatie. Ze laat zien hoe een bevruchte eicel door mitose uitgroeit tot een groepje cellen die allemaal kopieën van dezelfde chromosomen hebben. Dat groepje kan in de eileider in tweeën uiteenvallen. Elk groepje groeit in de baarmoeder uit tot een baby, die dezelfde chromosomen heeft als de bevruchte eicel. Of Julia alles heeft begrepen blijft de vraag als ze zegt blij te zijn dat ze niet de genen van Hugo heeft.
(Wordt op dit moment niet op televisie uitgezonden.)