Je hebt 100-den uiterlijke kenmerken. Een deel daarvan ligt vast op 46 chromosomen. Van ieder paar heb je er één van je moeder en één van je vader gekregen.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
De kleur van je ogen, je huidskleur, een bril, tattoo, geverfd haar of een oorbel…. je uiterlijk bestaat uit 1000-den kenmerken. Al deze kenmerken samen worden het fenotype genoemd. Je kunt er voor kiezen een tattoo of oorbel te nemen, maar je oogkleur of huidskleur liggen in principe vast. Hoe zit dit? In elke celkern in je lichaam bevinden zich chromosomen. Chromosomen bestaan uit DNA, en dit bevat informatie over bepaalde eigenschappen, zoals je bloedgroep, oogkleur en of je een jongen of een meisje bent. Alle informatie die opgeslagen ligt op de chromosomen, wordt het genotype genoemd. Een mens heeft 46 chromosomen. Als je deze chromosomen rangschikt zie je dat er steeds twee bij elkaar horen. Van ieder paar heb je 1 chromosoom van je vader gekregen en 1 van je moeder. Je krijgt dus eigenschappen mee van je vader en van je moeder, en die gecombineerd ben jij. Het laatste paar zijn de geslachtschromosomen. Ben je een meisje dan zijn deze chromosomen even lang, ben je een jongen dan is er 1 chromosoom iets korter. Het lange chromosoom wordt het X-chromosoom genoemd, het korte het Y-chromosoom. Vrouwen hebben XX, mannen XY. Een mens heeft in zijn kernen 46 chromosomen. Bij de vorming van geslachtcellen worden deze gesplist in ieder 23 chromosomen. Een mannelijke zaadcel of vrouwelijke eicel heeft dus 23 chromosomen. Na een bevruchting heeft de ontstane cel weer 46 chromosomen. Soms verdelen de chromosomen zich niet exact in tweeën en krijgt een eicel of zaadcel 24 chromosomen in plaats van 23. Na een bevruchting hebben alle celkernen dan 47 chromosomen. Als dit voorkomt bij chromosoom 21, dan spreken we van Down syndroom. Iemand met het syndroom van Down heeft dus één extra chromosoom 21.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
In je lichaam vindt er voortdurend celdeling plaats. Cellen met 46 chromosomen delen zich op in nieuwe cellen met 46 chromosomen. Dit heet mitose. Bij de vorming van geslachtscellen verloopt de deling iets anders.
DNA is voor ieder mens uniek en bevat informatie over erfelijke eigenschappen. Daarom kunnen forensisch onderzoekers met behulp van DNA aantonen wie de dader is bij misdrijven.
De penis is het mannelijk geslachtsdeel en bevat een netwerk aan bloedvaten. In de penis liggen drie holtes die gevuld kunnen worden met bloed: de zwellichamen. Zij raken gevuld omdat de afvoer van bloed uit de penis wordt geremd. Hierdoor kan de penis opzwellen en in erectie komen (stijf worden).
Elk organisme is opgebouwd uit cellen. Maar niet elk levend wezen bestaat uit dezelfde cellen.
Als je een tweeling kent is dat best bijzonder. 1 op de 80 bevallingen is een tweeling. Meestal is dat een twee-eiige tweeling. Een eeneiige tweeling komt maar 1 op de 250 bevallingen voor.