Door een storm in combinatie met springvloed, kunnen de Nederlandse dijken op 1 februari 1953 de zee niet langer tegenhouden. De dijken breken door en een deel van Nederland loopt onder water. Oma was toen 9 jaar en vertelt haar verhaal.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Nederland is een laag land. Zo laag. het westen van Nederland ligt zelfs onder de zeespiegel. Het wordt door dijken en duinen tegen het zeewater berschermd, en dat is maar goed ook. Maar toch kan het mis gaan, zoals in 1953. "Het was dus 1 februari 1953, ik was dus toen net 9 jaar. En het was zaterdagavond, we waren op verjaardagsvisite. En om 12 uur gingen we naar huis en het waaide, nou, het stormde. Mijn vader moest me ook goed vasthouden, anders had ik weggewaaid hoor! We zijn naar bed gegaan en om een uur 2 denk ik werd er op de luiken gebonkt, en: "allemaal uit bed, allemaal naar het dorp, want de dijken breken door!". Het stormt heel hard die nacht, maar dat gebeurt wel vaker in deze tijd van het jaar. Alleen die nacht wakkert de noordwester storm aan tot orkaankracht. Het is ook nog springvloed dus het water stijgt hoger dan normaal. "Mijn vader zei: 'nou, rustig aan, ik ga eerst op het dorp kijken wat er aan de hand is'. Dit is mijn vader. Hij ging zo naar het dorp. Ja, en toen kwam het water eigenlijk er al aan. Dus hij is omgedraaid en direct weer naar huis gekomen en hij kwam thuis, en hij zei: 'allemaal de schuurzolder op, daar zitten we veilig, dat is hoog!'. En ik moest eerst, toen mijn moeder en wanneer mijn zus de trap op ging stond ze al met haar voeten in het water, zó snel kwam dat water. Wij waren hier gaan kijken en je zag zo het water van alle kanten zag je, ja, naar boven komen." De ramp gebeurt in enkele uren. Het water van de zee stroomt over de dijken heen. De zeedijken zijn niet bestand tegen de kracht van de golven en breken door. Het water slaat met enorme kracht tegen de binnendijken en ook die houden het niet. De polders stromen vol. Mensen en dieren proberen te vluchten, maar de dorpen zijn omringd door water. Met bootjes proberen vissers en mensen uit de dorpen te redden wat er te redden valt, maar voor veel mensen komt de hulp te laat. Ze verdrinken in het kolkende water. "Wij moesten dus in de ramen gaan staan, in de vensters, en zwaaien naar de helikopters die overkwamen, dat ze dus konden zien dat er kinderen op die zolder ook waren. En dat deden we dan met zijn vieren. En ja, dat was natuurlijk best wel eng, want het kolkende water ook onder je. Nou, en toen kwamen dus de boten. Boten, ja, twee geloof ik. Dit heeft zoveel impact gemaakt op mijn leven, maar veronderstel, dat je iemand kwijtgeraakt was, ja, dat ik kan me voorstellen, dat je daar nooit meer overheen komt dan." Er worden nog veel mensen gered. Maar voor meer dan 1800 mensen kwam de redding te laat. Zij overleven de ramp niet.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Natuurrampen komen vaak onverwacht en kunnen grote gevolgen hebben. Vooral in ontwikkelingslanden. Als de nood hoog is krijgen de landen noodhulp, maar wat moet er gebeuren om bij een volgende ramp de schade zoveel mogelijk te beperken?
Nederland ligt onder de zeespiegel en is daarom een gemakkelijke prooi voor het wassende water. Tenminste, dat wat het. Na de watersnoodramp van 1953 werden er direct maatregelen genomen, zodat het niet meer kon voorkomen.
Op 1 februari 1953 blijkt dat de Nederlandse dijken in Zeeland niet tegen het ruige zeewater zijn opgewassen. Ruim 1800 mensen verdrinken tijdens de watersnoodramp. Omdat dit nooit meer mag gebeuren, worden er direct maatregelen genomen.
Bij een overstroming komt er een grote hoeveelheid water uit een zee of rivier op plaatsendie normaal gesproken niet onder water staan. Als dit ernstige vormen aanneemt spreken we, door de verwoestende uitwerking, ook wel van watersnood of ramp.
De provincie staat tussen de gemeente en het Rijk. Daarom wordt ze ook wel het middenbestuur genoemd. De taken die de provincie vervullen zijn voor de gemeenten te groot zijn en voor het Rijk te klein. Hierdoor moeten provincies veel samenwerken met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties.