De Grondwet is geen dik boek. Maar wat er in staat is de basis voor heel veel andere wetten waar alle Nederlanders zich aan moeten houden.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Prinsjesdag. Als je de koningin in haar prachtige Gouden Koets ziet rijden, zou je denken dat ze heel veel macht heeft. Zoals koningen in sprookjes en verhalen. Zoals koningen die vroeger hadden. Een koning hoefde maar met zijn vingers te knippen en het gebeurde. Maar dat was toen. Nu hebben de ministers in de regering het voor het zeggen in Nederland, en niet de koning. De macht van een koning of koningin is dus niet zo groot. Dat komt door dit boek. De grondwet. Toen Beatrix koningin werd, was er een grote plechtigheid in Amsterdam. Ze had een echte koninklijke mantel om. Op een tafeltje zie je de kroon en de grondwet. En dat komt het belangrijkste moment: De nieuwe koningin zweert trouw aan de grondwet. Ze belooft dat ze zich aan de grondwet zal houden. De grondwet is geen dik boek. Maar wat er in staat is de basis voor heel veel andere wetten waar alle Nederlanders zich aan moeten houden. Dat vinden wij sinds die grondwet er is. In 1848 is Willem II koning van Nederland. Hij heeft nog heel veel macht. Hij maakt uit hoe er geregeerd wordt. Er is wel een Tweede Kamer, met mannen die door Nederlanders zijn gekozen, naar die heeft weinig te vertellen. Willem doet zijn eigen zin. Ministers moeten doen wat de koning wil. In de meeste andere landen is dat dan ook zo. Maar ineens verandert dat. Het volk in Parijs, Berlijn en Wenen komt in opstand. Ze willen mee kunnen praten over wat er in het land gebeurt. Ze gaan de straat op, om te protesteren tegen hun koning. Er zijn rellen en opstootjes. Er wordt geschoten. Maar het volk laat zich niet zomaar wegsturen. Dan moeten de koningen in die landen wel toegeven. Er komt een grondwet waarin staat dat het volk het laatste woord krijgt. Koning Willem II hoort wat er in Parijs, Berlijn en Wenen gebeurt. Hij slaapt er slecht van. Zou het hier ook vechten worden? Zouden de Nederlanders hem misschien afzetten? In Amsterdam zijn er al rellen, hoort hij. Willem II wordt bang. Na weer een slechte nacht weet Willem II wat hij moet doen. Een opstand moet voorkomen worden. Hij vindt het nu goed dat er een grondwet komt. Deze man, Johan Thorbecke, krijgt opdracht een nieuwe grondwet te schrijven. En als de nieuwe grondwet klaar is, is iedereen tevreden. Koning Willem II, omdat hij koning kan blijven. De ministers, omdat zij nu zelf kunnen regeren. En de Tweede Kamer, omdat zij de ministers kunnen gaan controleren. En omdat de mensen in Kamer door het volk worden gekozen, heeft het volk nu het laatste woord, en niet de koning. Zo is het eigenlijk nog steeds.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
In elke maatschappij bestaan regels en wetten. Die kun je niet ongestraft overtreden. Als iemand dat toch doet komt eerst de politie en daarna justitie in actie. In de wet is heel precies geregeld hoe crimineel gedrag gestraft moet worden, en welke rechten criminelen hebben als zij voor de rechter komen.
Ons land was lange tijd een republiek. Alle andere landen om ons heen waren koninkrijken. Daar had in de 17e eeuw de koning absolute macht.
Er zijn veel landen in de wereld waar het slechter is dan in Nederland. Dat is een reden waarom veel mensen naar ons land vluchten. Dat kunnen ze doen vanwege geweld of vervolging, maar ook omdat ze hopen hier rijker te worden.
Het bijzonder onderwijs (scholen voor protestantse en katholieke kinderen) kreeg nog steeds minder geld dan het openbaar onderwijs.
In 1848 krijgt niet alleen het parlement meer rechten, maar de burgers ook.