Bouten en moeren gebruiken we voor heel veel dingen. Denk maar eens aan je bed, tafel, of kledingkast. Ze zijn ook onmisbaar om van alles mee te maken in fabrieken. Maar hoe worden ze eigenlijk zélf gemaakt? In deze clip zie je het hele productieproces.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Bouten en moeren worden gemaakt van dik staaldraad. Eerst gaat het draad 30 uur de oven in zodat het zachter wordt. Daarna gaat het in een zuurbad om roestdeeltjes te verwijderen. Het wordt schoongespoeld en bespoten met fosfaat, een chemische stof. Die voorkomt dat het staal gaat roesten voor het verwerkt wordt en maakt het glad, zodat het makkelijk in model is te krijgen. De bouten worden gevormd door koudsmeden: Het staal wordt dan bij kamertemperatuur door verschillende vormen geperst.Eerst trekt de machine de staaldraad recht. Dan snijdt hij het in stukken die iets langer zijn dan de bout. Van het langere, extra stukje wordt de kop gemaakt. Elk stukje gaat door een pers die hem perfect rond maakt. Dan wordt in een serie persen stap voor stap de kop van de bout gemaakt. De machine maakt wel 300 koppen per minuut. Hier zie je in slowmotion hoe de kop wordt gevormd. Deze pers geeft hem een kleine kraag. De volgende geeft er een ronde kop aan. En het laatste pers maakt de kop zeskantig, dat is de meest voorkomende vorm. Daarna maakt de machine de andere kant van de bout. De onderkant van de bout wordt afgeschuind, zodat er straks makkelijk een moer op deze bout gedraaid kan worden. Hier zie je bout voor en nadat hij is afgeschuind. De bout heeft natuurlijk een schroefdraad nodig om de moer erop te kunnen schroeven. Ook dat gaat weer met koudsmeden. Onder hoge druk worden de draadwindingen erin geperst. Dat zie je hier in slowmotion. En hier gaat het op ware snelheid: wel 300 bouten per minuut. Van elke partij wordt een aantal bouten bekeken om de maten te controleren. Daarvoor gebruiken ze verschillende meetapparaten:Met een micrometer wordt de lengte gecontroleerd.Met een schuifmaat wordt de breedte van de kop gemeten. Met een ringmaat wordt de draad gecontroleerd. De moeren worden niet koud, maar heet gesmeed. Stalen staven worden in kleine stukjes gesneden en verhit tot wel 1200 graden. Zo worden ze vormbaar. Zoals we hier weer in slowmotion zien, worden de stukken dan met hydraulische hamers tot zeskanten geslagen, terwijl een pers het gat erin slaat. Dan wordt met een zogenaamde tapper de draad in het gat gedraaid. Die zwarte vloeistof is smeerolie. Die moet zorgen dat de tappers niet zo snel slijten. De bouten en moeren gaan nu ongeveer een uur in een oven van 870 graden. Zo worden ze hard genoeg. Daarna worden ze vijf minuten afgekoeld in olie om de structuur van het staal te verstevigen. Het staal is nu hard, maar nog broos. Het kan dus nog steeds gemakkelijk breken. Daarom verhitten ze de moeren en bouten nog eens een uur. Zo verdwijnt de broosheid, maar blijft het staal wél sterk. De kwaliteitscontroleurs nemen steekproeven en meten hoeveel kracht het kost om ze kapot te krijgen. Als een bout sterk genoeg is, komt hij door de inspectie. Tenslotte wordt alles ingepakt. Op het etiket staat onder andere de maat en de kwaliteit.