Als je vroeger een gouden sieraad had, was dat een teken dat je een belangrijk persoon was met veel geld. Nu zijn die sierraden nog steeds niet goedkoop, maar wel veel makkelijker te krijgen. Als je wilt weten hoe ze gouden ringen maken, moet je zeker naar deze clip kijken.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Gouden sieraden zijn al eeuwenlang een symbool van rijkdom. Maar tegenwoordig is goud niet meer alleen voor de rijken. Ook gewone mensen kunnen een gouden ring of kettinkje kopen. Eerst overlegt de klant met de juwelier hoe de ring moet worden. Dan meet hij haar ringvinger. Hij maakt een schets van het ontwerp dat ze samen hebben bedacht: een ring met een groef en drie diamanten. De goudsmid werkt met een speciaal soort was.Met een passer meet hij af hoe breed de ring moet worden. Hij zaagt voorzichtig een stukje af. Hij pakt zijn millimeter en meet de maat van de ring. Hij maakt zijn passer op maat... en trekt het vingergat na in het blokje was. Hij boort het gat heel voorzichtig uit. Dan slijpt hij de was aan de buitenkant van de ring weg. Met zijn passer trekt hij het midden van de ring na, waar de groef moet komen. Met een heel fijn boortje boort hij de groef uit. Met een vijl werkt hij de groef bij en maakt hij de ronding van de ring volgens het ontwerp. Hij zet steeltjes van was op de ring. Aan de onderkant maakt hij een soort stam. Die stam zet hij in een cilinder, waarin hij straks de ring gaat gieten.De onderste helft wordt op een vacuümmachine gezet. De cilinder gaat erop, en dan giet hij er een speciaal soort gips in. Het vacuüm zuigt alle lucht uit het gips. Dat moet goed gebeuren, want als er luchtbelletjes in blijven zitten, mislukt de ring. En dat zou zonde zijn. Na een minuutje is het klaar. Nu gaat de cilinder in een hete oven. Door de hitte verdampt het model van was. De holte die in het harde gips overblijft, heeft precies de vorm van de ring, zoals die moet worden. Dan smelt de goudsmid het goud. Goud en edelstenen worden gewogen in karaat. Hoe meer karaat, hoe zuiverder het goud. Na vijf uur komt de cilinder uit de oven en gaat hij naar de gietmachine. De machine draait ongeveer een minuut rond. Door het ronddraaien wordt het gesmolten goud in de gipsen vorm in de cilinder geslingerd. De goudsmid dompelt de cilinder in koud water. Het goud koelt af en de gipsen vorm valt uit elkaar. Nu hebben we een gouden ring. Maar hij is nog veel te ruw om te dragen. Hij moet nog afgewerkt worden. De goudsmid zaagt de stam eraf en gaat aan het werk. Hij vijlt en slijpt de ring tot deze helemaal glad is. Hij slaat er zijn merkteken en het goudmerk in. Zo zie je hoeveel karaat het goud is. Met een hamertje klopt hij de ring mooi rond.Dan gaat de ring naar de polijster. Die houdt de ring tegen een polijstschijf tot hij prachtig glanst.De ring gaat naar de zetter. Die duwt eerst de steeltjes recht waar de diamanten op komen.Dan maakt hij met een heel fijn boortje gaatjes in de steeltjes, zodat de diamanten er precies tussen passen. Hij duwt de steeltjes wat bij en zet de diamanten ertussen. Hij knijpt de diamanten goed vast. De middelste diamant weegt één karaat, en de andere twee een halve karaat. De ring gaat in een badje met ultrasoon geluid. Dit geluid is te hoog om te kunnen horen. Maar de geluidstrillingen in het water maken de ring tot in de kleinste hoekjes en gaatjes schoon. Tot slot gaat de ring nog onder de hete stoom om de laatste restjes vuil weg te blazen. Klaar! Met zo'n ring zeg je zeker 'ja, ik wil'!
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Aan het eind van de negentiende eeuw waren veel kunstenaars uitgekeken op het steeds opnieuw namaken en gebruiken van motieven en vormen uit vroegere perioden: de neostijlen. Omdat gauw een nieuwe eeuw zou beginnen wilden de kunstenaars ook een totaal nieuwe kunst. De Jugendstil is de stijl die de overgang van de 19e naar de 20e eeuw heeft gemaakt.