De tijger is een machtig dier. In tegenstelling tot wat je misschien zou denken komt de tijger niet voor in Afrika. Deze katachtige voelt zich juist opperbest in Siberië, China en Indonesië.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Tijgers zijn de grootste katachtigen. Vroeger kwamen ze in alle beboste streken van Azie voor. Nu leven ze alleen nog in beschermde reservaten in India en Zuidoost-Azie en in dierentuinen. Een tijger heeft een roofdiergebit: met zijn hoektanden kan hij een prooi goed vastgrijpen. De puntige knipkiezen zijn geschikt om vlees uiteen te scheuren. Met de snijtanden kunnen ze een bot afschrapen. De tijger heeft een oranje-gele vacht met opvallende zwarte strepen. Met die vacht valt hij niet op in het bos of tussen het hoge gras. De strepen rond de kop zijn bij elke tijger net weer anders. De lange witte snorharen van een tijger werken als voelsprieten: ze helpen om de weg in het donker te vinden door het struikgewas. De staart van een tijger helpt hem in evenwicht te blijven bij een sprong. Als een tijger kwaad is zwiept hij zijn staart heen en weer. De tijger leeft alleen in een eigen gebied, zijn territorium. In de paartijd komen een mannetje en een vrouwtje samen. Tijgers staan bekend om hun vrijpartijen: als ze eenmaal een partner hebben gevonden doen ze het soms wel honderd keer achter elkaar! Tijgers zijn sluipmoordenaars. Ze jaren bij voorkeur ’s nachts als het lekker koel is en dan vooral op herten en wilde zwijnen. Van een grote prooi kunnen ze weer een paar dagen eten.