Ieder mens heeft een uniek dna-profiel. Maar waar is dat uit opgebouwd?
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Hier zie je 3 wangcellen, maar één cel is al genoeg. Als je die heel sterk vergroot zie je in het midden een celkern. In die kern zitten dunne draadjes en die noemen we chromosomen.
Chromosomen? Chromosomen ja. Er zitten er 46 in een cel, maar hier zie je er voor het gemak eventjes één. Als je die sterk vergroot, dan zie je dat die bestaat uit een lange, opgerolde draad. Op sommige plekjes is de draad wat dikker opgerold. Die verdikkingen zijn je genen. Je ziet er hier drie. Nou, we zijn er bijna.
Een klein stukje van het chromosoom gaan we extreem vergroten. Hier gaat het om, het dna-molecuul. Net een wenteltrap, 2 leuningen met daartussen de treden. Zie je? Zo'n wenteltrap noemen ze een dubbele helix. Nou en van stukjes van zo'n dna-molecuul kan ik in het laboratorium een dna-profiel maken.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
DNA is voor ieder mens uniek en bevat informatie over erfelijke eigenschappen. Daarom kunnen forensisch onderzoekers met behulp van DNA aantonen wie de dader is bij misdrijven.
Elk organisme is opgebouwd uit cellen. Maar niet elk levend wezen bestaat uit dezelfde cellen.
Op verschillende manieren proberen onderzoekers ziekten bij de bron aan te pakken: bij de genen. Dit kan door humaan DNA in het genetisch materiaal van een andere soort te brengen, door te proberen een goed werkend stuk DNA aan de mens toe te dienen, of door een verkeerd werkend stuk DNA af te breken.
Voordat je DNA kunt bestuderen om bijvoorbeeld een genetische ziekte vast te kunnen stellen, moet je allereerst DNA hebben. DNA zit namelijk niet zomaar op een makkelijk te vinden plek van je lichaam opgeslagen. Het zit verspreid door je hele lichaam, goed weggestopt in de celkernen van je cellen. Je zal het DNA eerst van die cellen, en alles wat daarbij hoort zoals organellen, eiwitten en membranen, moeten ontdoen.
Er is maar weinig DNA nodig om een DNA-profiel op te stellen. Tegenwoordig is er een techniek die kleine beetjes DNA kan kopiëren, zodat genoeg DNA beschikbaar is voor onderzoek. Deze techniek heet PCR (een afkorting voor het Engelse polymerase chain reaction).