Het gebedshuis van hindoes is een tempel of mandir. Zij komen er samen om te bidden, te luisteren naar de preek van de pandit en te lezen uit de veda's.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
"Hindoes houden veel van pracht en praal. Hun tempels zijn dan ook rijkelijk versierd. Vooral in India, waar de meeste Hindoes wonen heb je hele mooie tempels. Zo'n tempel heet een Mandir. In Nederland zijn de Mandirs wat eenvoudiger.Als je de tempel binnenkomt moet je netjes je schoenen uittrekken. Dat is om respect voor hun god te laten zien. Bij de ingang hangt ook een bel. Door deze te luiden, laten de gelovigen aan de goden horen dat ze er zijn.In elke Hindoetempel staan een aantal beelden. Dit zijn allemaal verschijningen van God, Brahman. Naast de beelden staat een preekstoel. Vanaf deze stoel leest de pandit, de voorganger, voor uit de heilige boeken en geeft hij er uitleg over."
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Het hindoehuwelijk kent veel gebruiken en kan wel enkele dagen duren. Maar het is natuurlijk dan ook een groot feest!
Een hindoe ziet alle levende wezens als waardevol. Al het leven heeft een kern (atman), die terugkeert door reïncarnatie. Daarom is het belangrijk dat je leeft zonder geweld te gebruiken.
Mensen zijn al duizenden jaren bezig met het meten van tijd. Toen er nog geen kalenders en klokken bestonden, keken ze naar de beweging en de verschijning van de zon, maan en sterren.
Vroeger waren kinderen wat eerder volwassen dan nu. Dat kun je in de godsdiensten goed zien. Kinderen zijn ongeveer dertien als ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Niet de ouders, maar de kinderen worden aangesproken, als ze iets verkeerds doen.