Spinnen vangen vliegende insecten in een web van dunne, sterke draden. De draden zijn gemaakt van vloeibare zijde uit spintepels aan het achterlijf. Deze vloeibare zijde stolt als die tot draden is uitgetrokken.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Een spin is bezig een web te maken. Daarvoor spant ze eerst een paar steundraden tussen de planten. Tussen de steundraden weeft ze vangdraden. De draden zijn van zijde uit spintepels aan het achterlijf. Als de spin rondjes loopt, worden de draden achter haar langer. Haar werk begint steeds meer op een spinnenweb te lijken. De pintepels zitten hier, aan de onderkant van het achterlijf. Van dichtbij zien die tepels er zo uit. De zijde uit de spintepels is eerst vloeibaar. Als de spin loopt, trekt ze die massa uit tot dunne draden. Spinrag heten die draden. Spinrag is niet alleen erg sterk, maar ook kleverig. Er zitten druppeltjes kleefstof op, waar een gevangen prooi aan blijft plakken. De spin werkt vanaf de buitenkant naar het midden. Als ze in het midden aankomt, is het web klaar. Een spin is wel snel, maar zo snel als hier is ze toch niet. Dit zijn versnelde beelden. Het spinnenweb is af. De spin hoeft nu alleen maar te wachten tot er insecten in haar web vliegen.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Het klinkt misschien vies, maar insecten kun je eten. In Europa en Noord-Amerika zijn we (nog) niet gewend insecten te eten, maar in grote delen van de wereld is dat heel normaal.
In de berm en aan de rand van een akker groeien niet alleen allerlei wilde planten, er springt en zweeft van alles. Naast klaprozen, paardenbloemen en margrieten, vind je er ook allerlei insecten.