De larve van een lieveheersbeestje leeft van bladluizen. Als de larve groot genoeg is wordt ze een pop. Uit de pop komt een lieveheersbeestje. Het heeft nog geen stippen en de vleugels zitten opgevouwen onder de dekschilden.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Dit is een jong lieveheersbeestje. Het lijkt nog niet op de ouders. Daarom noem je het een larve. De larve eet veel en het duurt dan ook niet lang of hij is groot genoeg voor de laatste vervelling. De larve hecht zich vast op een blad om te verpoppen. Hij verandert van vorm. Hij wordt korter en dikker. Na een tijdje barst de larvenhuid open en komt er een gele pop tevoorschijn. De pop beweegt met schokjes. Binnen groeit nu een lieveheerbeestje. Dat is van buiten niet te zien. Het duurt nog even. Nu is het zover. In de pop zit nu een kevertje, dat naar buiten probeert te komen. Het jonge kevertje is niet oranjerood en stippen zijn er ook niet. De dekschilden aan de bovenkant worden al gauw hard. De kleur wordt donkerder en de stippen worden zichtbaar. Langzaam verdwijnt de gele kleur. Het kevertje lijkt steeds meer op een lieveheersbeestje. De nieuweling is nu klaar om de wijde wereld in te trekken. Overal klimmen ze omhoog. Daarboven spreiden ze de dekschilden, vouwen de vleugels uit en vliegen weg.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Het klinkt misschien vies, maar insecten kun je eten. In Europa en Noord-Amerika zijn we (nog) niet gewend insecten te eten, maar in grote delen van de wereld is dat heel normaal.
In de berm en aan de rand van een akker groeien niet alleen allerlei wilde planten, er springt en zweeft van alles. Naast klaprozen, paardenbloemen en margrieten, vind je er ook allerlei insecten.
Jongens spelen het liefst met autootjes, meisjes met poppen: zo zijn de rollen al jaren verdeeld. Dit stereotype werd versterkt toen Mattel in 1959 de Barbie introduceerde: een mooie, slanke meid van zo’n dertig centimeter. Maar Barbie heeft er niet altijd hetzelfde uit gezien.