In Zuid-Limburg vinden we hellingen. Soms zelfs hele steile. Dit is niet handig voor de landbouw, maar toch zijn er veel akkers. Dat komt door de grondsoort loss. Deze is alleen daar te vinden.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Zuid Limburg ligt in het uiterste puntje van Nederland. In dit gebied vinden we de grondsoort löss. Nederland is een vlak land, toch vinden we in het zuiden van Limburg ineens een glooiend heuvelachtig landschap met de hoogste punten van Nederland. Die heuvels zijn lang geleden ontstaan. Dat gebeurde door de beken en rivieren die erdoorheen stroomden. Omdat Limburg hoger ligt dan de rest van Nederland, stromen beken en rivieren hier sneller naar beneden. Door de snelheid van het water slijpen de rivieren de bodem verder uit. Heel lang geleden tijdens de ijstijd brokkelde grond af en dat puin gleed langs de hellingen, naar beneden de rivieren in. De rivieren raakten ermee gevuld. De hoge delen werden hierdoor lager en vormden de heuvels zoals we die nu kennen. De rivierdalen tussen de heuvels waren soms wel kilometers breed! Later zorgde de wind ervoor dat het hele landschap van Zuid-Limburg en ook de rivierdalen bedekt werden met löss. Löss is heel fijn zand dat gemakkelijk door de wind kon worden weggeblazen. Niet zomaar zand, maar het fijnste zand dat er bestaat. Dat kon het verste vanuit het noorden worden meegenomen, tot in Zuid-Limburg. Löss is erg vruchtbaar en dus geschikt voor akkerbouw en fruitteelt. Als je lössgrond beter gaat bekijken, zie je dat er een groot verschil is tussen natte en droge löss. Natte löss is heel kleverig en je kunt zien dat het veel water op kan nemen. Droge löss is anders. Het voelt juist heel kruimelig en los aan. Door de hoogteverschillen was het niet makkelijk om overal akkers te maken. Daarom vind je op de hellingen van de heuvels minder akkerbouw. Bovendien liepen de boeren het risico dat de grond weg zou spoelen. Om dat te voorkomen werden de hellingen trapsgewijs gemaakt, Graften noem je dat. Ook werden de hellingen beplant met heggen, de wortels houden de grond goed vast en voorkomen dat deze wegspoelt. Op hellingen zonder graften werden ook heggen geplant, dat was wel zo veilig. We vinden hier vooral weilanden en fruitbomen. Echt steile hellingen zijn meestal bebost. Daar vind je ook de zogenaamde holle wegen. Dit zijn wegen waar veel grond is weggespoeld, waardoor de weg er hol uitziet. In de laaggelegen vochtige rivierdalen zie je weilanden en niet te vergeten de wegen en de dorpen van Zuid-Limburg.