Het rivierkleilandschap bestaat uit hoge en lage delen. Dat zijn de oeverwallen en kommen: Op de oeverwallen wonen de mensen en is de grond geschikt voor akkerbouw en fruitteelt. De kommen dienen vooral als weiland voor veeteelt.
Dit is een link naar de pagina waar deze clip op staat. Deze kan je kopiëren en in een presentatie, digitale les of website plaatsen.
Dit is een stukje code waarmee je de speler met clip in een webpagina kan opnemen. Copieer de code en plak het exact zo in de HTML-code van de pagina.
Deze link is om de clip in een pop-up te tonen, een kleiner venster boven je pagina. Handig als je de clip niet in de pagina wilt zetten met EMBED.
Het rivierkleilandschap bestaat uit hoge en lage delen. De hoge delen zijn de oeverwallen. Daar vinden we dan ook de meeste en oudste dorpen. Verder op in het landschap zie je de lage delen met weilanden. De boomgaarden vind je op de hogere oeverwallen. De grond hier is samengesteld uit klei en zand en is daardoor kruimelig en vrij droog. Hierdoor zijn deze oeverwallen geschikt voor akkerbouw en fruitteelt. Want het zand zorgt dat de wortels er goed kunnen hechten en de klei is vruchtbaar door het water dat er in zit. Soms zien we ook nog een kerk of een schuur op een heuvel, een woerd. Op die manier beschermden de mensen zich vroeger tegen overstromingen van de rivier. Verder kun je oeverwallen herkennen aan de bochtige wegen en aan de akkers en boomgaarden ernaast. Hier zie je de lagere delen in het rivierkleilandschap, de kommen. De natte gebieden. Akkerbouw en fruitteelt zie je rond de dorpen op de oeverwallen. Omdat de kommen lager liggen, is de grond veel natter en vooral geschikt als weiland voor het vee. Sommige delen van de kom zijn zo nat, dat ze alleen gebruikt kunnen worden als hooiland. Als we de klei hier met een grondboor omhoog halen, zien we dat het hele vette, plakkerige grond is. Klei houdt het water heel goed vast. Je kan de kom verder nog herkennen aan de kaarsrechte wegen die door de weilanden lopen. Tenslotte zie je in de kommen hier en daar nog een boerderij staan. Want de veetelers moeten dicht bij het vee wonen.
In SchoolTV-beeldbank Plus vindt u bij veel clips digilessen, quizzen en werkbladen.
Hier vind je achtergondinformatie van Eigenwijzer.
Eigenwijzer is de site van schoolTV voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten.
Een belangrijk deel van het examen Aardrijkskunde is het herkennen van de landschappen in Nederland. Je kunt de namen van de gebieden domweg uit je hoofd leren, maar dat is niet genoeg. Je moet een landschap ook aan bepaalde elementen kunnen herkennen.
Zeeklei is slib dat wordt afgezet door de zee. Daarom komt het vooral langs de kust voor. Zeeklei is vruchtbare grond, in tegenstelling tot het grovere zand dat ook door de zee wordt afgezet.
Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode (30 tot 40 jaar). Na jaren lang informatie verzamelen krijg je een hoop gemiddelden. Daarom bedacht de Duitse klimatoloog Wladimir Köppen een systeem om alle klimaten te benoemen.
Nederland heeft een gematigd zeeklimaat met milde winters en koele zomers. Ons klimaat wordt sterk beïnvloed door de Noodzee die het gehele jaar de temperatuur matigt.
Bangladesh is een klein land naast India. Net als Nederland ligt Bangladesh onder de zeespiegel. Hierdoor krijgt het land regelmatig te maken met overstromingen. Maar ook malaria is een groot probleem in Bangladesh.